Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

'Externe blik is juist voor zelfstandige van extra groot belang'

Interview auteur Peter van Lonkhuyzen op 22 november 2017

'Externe blik is juist voor zelfstandige van extra groot belang'

Als zelfstandige ben je vaak de luis in de pels van de opdrachtgever. Maar juist dan is het nodig om ook kritische feedback op je eigen handelen te organiseren. Hoe doe je dat het best?

De interim-professional wordt vaak niet alleen uitgenodigd om een opdracht uit te voeren, maar ook om een opdrachtgever kritisch te benaderen. Waar kan het beter? Welke olifanten in de kamer worden niet genoemd en durf jij wel te benoemen?

Kritisch leren denken wordt niet voor niets door het World Economic Forum genoemd als een van de drie belangrijkste 21th Century Skills.

Voor dat kritisch denken is veel moed nodig, zo onderstreepte onder meer Kees Kraaijeveld, oprichter en directeur van de Argumentenfabriek, recent nog eens bij het radioprogramma Werkverkenners van BNR. Je moet namelijk niet alleen durven om soms tegen de stroom in te gaan, je moet ook nog eens ervoor zorgen dat je zelf niet te snel tot een oordeel komt en bereid blijven je eigen denken kritisch te blijven toetsen.

Hoe stel je je oordeel uit?

Dus, belangrijke vraag: hoe zorg je als interim-professional zélf dat je die kritische houding aanneemt? Hoe stel je zelf je oordeel uit? En tot hoe ver kun je eigenlijk gaan met kritische vragen stellen bij een opdrachtgever?

Met zelfreflectie op gezette tijden kun je die vragen proberen te beantwoorden. Maar ook dan liggen de denkfouten op de loer waar je juist je opdrachtgevers voor wilt waarschuwen. Je kunt jezelf trainen om je op zulke fouten te betrappen, zegt Kraaijeveld in de uitzending. Sterker nog, jezelf daarin trainen is deze eeuw misschien wel belangrijker dan ooit.

Maar of trainen genoeg is? Peter van Lonkhuyzen denkt eerlijk gezegd van niet. De auteur van het boek Tegenspraak stelt dat het juist voor zelfstandigen zaak is om in de eigen omgeving te zorgen voor mensen die met jou kritisch kunnen meedenken. ‘Je moet een plek creëren om je eigen ideeën te toetsen’, zegt hij. ‘We vinden meestal dat we goed over ons werk hebben nagedacht. En dat hebben we meestal ook. Maar als we er met anderen open over praten blijkt toch altijd dat een andere invalshoek nieuwe ideeën oplevert. Soms kunnen we daarmee pijnlijke blunders voorkomen. Zelfstandige professionals zijn in hun werk meer dan wie ook gewend van zichzelf uit te gaan. Voor hen is zo’n kritische externe blik van extra groot belang.’

Twijfel, daarvoor is kracht nodig

Kraaijeveld haalde in de Werkverkenners-uitzending de kracht aan van de perspectiefwisseling. Daarmee dwing je jezelf om, zodra je je een oordeel hebt gevormd, zelf op zoek te gaan naar argumenten voor het tegendeel.

Geen makkelijke opgave voor mensen, want we lijden allemaal aan confirmation bias: de neiging om juist op zoek te gaan naar informatie die bij ons aanvankelijke oordeel past.

Daarom, zegt Van Lonkhuyzen, is het goed om hiervoor niet alleen bij jezelf te rade te gaan, maar vooral ook de hulp van anderen in te schakelen. Hoe moeilijk dat soms in de praktijk is. ‘Je eigen besluiten ter discussie stellen levert in de regel spanning op. We denken soms dat we zwak overkomen als we onze twijfel laten zien. Maar uit onderzoek blijkt juist het tegendeel: mensen die sterk in hun schoenen staan, hebben er minder moeite mee om advies te vragen.’

Je moet het wel organiseren

Hij pleit er wel voor zulk kritisch advies op een herkenbare manier vorm te geven, ook voor de zelfstandige interim-professional. ‘Besef dat niet alleen de tegenspraak-ontvanger een bepaalde drempel moet overwinnen. Dat geldt net zo goed voor de tegenspraak-gever. Daarom werkt dit pas als iemand er nadrukkelijk toe wordt uitgenodigd. Intervisiegroepjes of vaste feedbacksessies die professionals onderling organiseren, kunnen bruikbare middelen zijn om alle betrokkenen scherp te houden. En om te voorkomen dat je als zelfstandige een doodlopende straat inloopt. Bij dat soort vormen moet steeds duidelijk zijn waar je het voor doet: om elkaar verder te brengen.’

Positief kritisch denken dus, precies zoals Kraaijeveld het ook bepleit. Hoe vervelend en ‘ongezellig’ dat soms ook is. Maar… je opdrachtgever verwacht die rol van luis in de pels vaak van jou als zelfstandig professional. Waarom zou je er dan zelf niet bij zijn gebaat om ook zo’n luis in de pels te hebben?