Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

Vertrouwen bij externe inhuur is goed, controle is beter

Corné van der Linde, oprichter en adviseur bij het onafhankelijke adviesbureau Labor Redimo op 14 februari 2017

Vertrouwen bij externe inhuur is goed, controle  is beter

Het verleden wijst uit dat regelgeving en controle door de overheid, op juiste toepassing van wetgeving en cao’s, noodzakelijk is. Relatief nieuw is dat de inlenenende organisaties meer en meer leveranciers moeten gaan controleren. Controle is nodig omdat de belangen en verleidingen groot zijn en de huidige wet- en regelgeving zo complex is dat er veel ‘misgaat’.

De overheid heeft als taak om goede en handhaafbare regels op te stellen en die te controleren. Meer en meer verantwoordelijkheid wordt echter bij de inlener belegd. Als reactie hierop hebben inleners hun inleenbeleid aanscherpt om forse naheffingen en boetes te voorkomen. Onderdeel hiervan zijn (dure) audits bij leveranciers/bemiddelaars van personeel. Een ruling of horizontaal toezicht van de Belastingdienst is ook een veel geziene maatregel.

Tijdgevers vs. tijdnemers

In de discussie van eerlijke flex-wetgeving zijn twee type spelers het belangrijkst. Tijdgevers en tijdnemers. Tijdnemers betalen tijdgevers. De belangen zijn groot. Tijdgevers willen goed worden behandeld en gecompenseerd worden voor de tijd (kennis/inspiratie) die ze beschikbaar hebben gesteld. Tijdnemers willen winst maken door hun kosten laag te houden en/of meer omzet te boeken.

Wet en regelgeving en controle daarop is nodig

Rond 1860 zei Thorbecke: ‘Wat door de kracht van de burgerij kan worden te weeg gebracht, al duurt het iets langer, dat moet de wetgever niet willen doen’. Het was een liberaal die het daar niet mee eens was. Samuel van Houten constateerde dat er op grote schaal misbruik werd gemaakt van kinderen. Arbeiders waaronder kinderen moesten 7 dagen per week, 12 uur werken. In 1874 zijn hiertegen spelregels opgesteld door de overheid. En dat was maar goed ook. Tijdnemers zaten in een negatieve spiraal van het verlagen van kosten over de rug van arbeiders/kinderen. Het kinderwetje van Van Houten werd overigens niet nageleefd. Pas toen in 1889 de arbeidsinspectie werd opgericht, en daadwerkelijk ging controleren, ging het beter.