Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

Wat zijn de voors en tegens van een algemeen minimumtarief voor zelfstandigen?

Hugo-Jan Ruts, Hoofdredacteur Zipconomy op 5 mei 2017

Wat zijn de voors en tegens van een algemeen minimumtarief voor zelfstandigen?

Om uitbuiting van zzp’ers tegen te gaan, pleiten sommigen voor een algemeen minimumtarief van bijvoorbeeld 75 euro per uur. Een goed idee? Of een al te rigoureuze ingreep in de vrije markt? De voors en tegens op een rij.

Gratis twee weken inwerken bij Rijkswaterstaat. Bezorgdienst Deliveroo die van koeriers ondernemers maakt om zo de loonkosten te drukken. De SER die de lage tarieven in de culturele sector aan de kaak stelt. Een groeiend aantal zelfstandigen dat moet aankloppen voor bijzondere bijstand. Zzp-organisaties die gedwongen zelfstandigen de kans willen geven om in de WW in te stromen. En een oproep voor strengere controle op flextarieven, plus een ‘fair play’-houding van opdrachtgevers.

Allemaal berichten waarin het direct of indirect gaat over wat een redelijk tarief is voor geleverd werk. Moeten (gedwongen) zelfstandigen de vrijheid hebben om hun eigen tarief vast te stellen, ook al leidt dat mogelijk tot een race-to-the-bottom? Of zou een wettelijk minimumtarief het verschil kunnen maken?

Lastig politiek dossier

De Tweede Kamer praat volgende maand weer eens over de Wet DBA. Op de agenda staat dan waarschijnlijk ook weer de suggestie van de commissie Boot om het tarief een rol te laten spelen in de beoordeling of iemand nu wel of niet als zelfstandig ondernemer ingehuurd kan worden.

Voor flexwerkers die werken via een of andere vorm van arbeidsovereenkomst – al dan niet via een bureau – geldt een wettelijke regeling: zij mogen nooit minder verdienen dan iemand die het vergelijkbare werk doet in loondienst. Voor zelfstandigen ontbreken zulke regels echter helemaal. Het gebrek aan dergelijke regels leidt volgens sommigen tot ongewenste wildwestpraktijken. Anderen vinden zulke regels juist per definitie strijdig met het vrije ondernemerschap.

Wel of geen regels omtrent het tarief? Weinig zzp-dossiers roepen zoveel emoties op, weinig zijn er ook lastiger dan ze op het eerste gezicht misschien lijken. Het is dan ook een dossier waar zelfs in de politiek maar weinig uitgesproken meningen over zijn. Terwijl partijen van links tot rechts zich wel zorgen maken over zelfstandigen met (zeer) lage inkomens. We kunnen er dan ook vanuit gaan dat het een onderwerp is dat in de formatie ook ter sprake zal komen.

Wel of geen algemeen minimumtarief? 

Er is een wettelijk minimumloon. Er is dus ook een wettelijk minimumloon voor flexwerkers (in loondienst). Dus waarom dan niet ook een algemeen wettelijk minimumtarief voor zelfstandigen? Om te beginnen maar eens wat argumenten op een rij die voor- en tegenstanders gebruiken in het debat hierover.

Voor een minimumtarief

  • Kiezen tussen een werknemer en zelfstandige moet gaan om kwaliteit, niet om prijs. Dat kun je (deels) afdwingen door met een minimumtarief te werken.
  • Met een minimumtarief voorkom je oneigenlijke concurrentie tussen zelfstandigen en werknemers.
  • In sommige sectoren is er sprake van uitbuiting, dat moet je bestrijden. Tariefgrenzen kunnen daarbij helpen.
  • Een gezond minimumtarief is goed voor een sterk imago van de zzp-markt.

Tegen een minimumtarief

  • Een ondernemer hoort optimale vrijheid te hebben om zijn eigen prijzen te kunnen bepalen.
  • Zelfstandigen werken vaak ook in andere vormen dan ‘uurtje-factuurtje’, dus zo’n regeling is in de praktijk onuitvoerbaar.
  • Bij een minimumtarief bestaat het gevaar dat dit tarief de norm wordt en er nooit méér betaald wordt.
  • Tariefafspraken in cao’s geven vakbonden de macht over zzp’ers. Dat is niet goed voor de marktpositie van die zzp’ers.

Onder zzp’ers zelf blijken de voor- en tegenstanders overigens redelijk verdeeld. In ons ZZPKieskompas is 47% van alle deelnemers het eens met de stelling dat er een minimum uurtarief moet komen, 39% is daar tegen.

Is het tarief wel het echte probleem?

Interessant is de vraag hoe groot het maatschappelijke probleem nu eigenlijk is. Dat is nog niet zo makkelijk te bepalen. Goede cijfers over wat zelfstandigen nu verdienen, per jaar of per uur, zijn er eigenlijk niet.

Kijk je naar CBS-cijfers dan is wel duidelijk dat er behoorlijk wat zelfstandigen zijn – ook fulltimers – met heel beperkte jaarinkomens. Maar wat het CBS niet weet is of het tarief hier doorslaggevend is of het aantal declarabele uren dat iemand weet te maken. Dat is nogal een verschil. Wat bepaalt het beperkte verdienvermogen van een zelfstandige: zijn uurtarief of het aantal declarabele uren?  

De culturele sector is bijvoorbeeld een sector waarin met name veel zelfstandigen actief zijn met (te) lage inkomens en relatief veel gedwongen zelfstandigen. Zonder daar nu heel scherp de vinger op te leggen, maakt een SER-rapport over de arbeidsmarkt in de culturele sector wel duidelijk dat voor zelfstandigen in die sector het probleem vooral de hoeveelheid werk is en het feit dat het werk heel versnipperd is. Dat lijkt een groter probleem dan het (ook) lage tarief.  Als ze werk vinden, is het helemaal niet eens zo slecht betaald, zo blijkt.

150% van het uurloon, werkt dat?

Een andere bron van informatie is Loonwijzer. Die website brengt vooral salarissen in kaart, maar ook tarieven van zelfstandigen. Althans voor een aantal beroepen. 

Als norm voor een minimumtarief wordt regelmatig het getal van 150% van een uurloon genoemd. (Waarbij je natuurlijk je kunt afvragen of 150% van een gebruikelijk uurloon voldoende fatsoenlijk is of voldoende om een gezonde onderneming te draaien, met name in de onderkant van het ‘tariefgebouw’. Maar dat is een andere discussie.)

Als we kijken naar de cijfers van Loonwijzer, valt op dat alleen bij enkele laaggeschoolde functies het zzp-tarief onder die 150%-norm komt.  Waarbij opgemerkt dat de groei van het aantal zelfstandigen de afgelopen jaren met name in de groep hoger opgeleiden te vinden is.

Wat de Loonwijzer niet laat zien zijn de excessen. De incidentele gevallen waar er (soms fors) onder deze tarieven betaald wordt. Excessen waar de overheid momenteel weinig aan kan doen.

Veel zelfstandigen hebben geen uurtarief

Tot nu toe spreken we steeds over ‘uurtarief’. Maar voor veel zelfstandigen is die term helemaal niet van toepassing. Zij rekenen bijvoorbeeld af op te leveren producten, of hebben diensten met een fixed fee of een ander verdienmodel dat helemaal niet gebaseerd is op de simpele rekensom: uren maal tarief.  Daar zit ook het ‘ondernemerschap’: je biedt de klant een resultaat aan, hoe jij als ondernemer dat resultaat behaalt, is in principe jouw verantwoordelijkheid.

Een generiek beleid rond een ‘minimumtarief’ is in de praktijk dan ook onuitvoerbaar. Dat maakt dat de discussie (of oplossing) over dit tarief zich wel zal toespitsen op de situatie waarin een opdrachtgever een zelfstandige inhuurt. Die discussie zal in twee varianten ontstaan, al dan niet in combinatie met elkaar: een sectorale benadering en een benadering rondom de Wet DBA.

Sectorale aanpak

In het ZZPkieskompas van ZiPconomy zat de stelling: “In kwetsbare sectoren moeten zzp’ers de gelegenheid hebben om collectief over hun tarief te onderhandelen”. Dit naar aanleiding van een voorstel van voormalig PvdA Kamerlid Mei Li Vos.

Bijna alle politieke partijen gaven aan het hiermee eens te zijn. Alleen de VVD staat hier ‘neutraal’ in. Van alle zelfstandigen is iets mee dan de helft het eens met die stelling, 20% is het oneens. Om collectief onderhandelen binnen een sector mogelijk te maken is overigens een aanpassing van wetgeving nodig.   

Tarief en de Wet DBA

Begin juni komt de Wet DBA weer aan bod in het Tweede Kamer. Waarschijnlijk staat dat ook een (nog niet publiek) rapport op de agenda die een ambtelijke commissie heeft gemaakt over hoe nu verder te gaan met de Wet DBA.

In zowel dat rapport als het debat zal ook de discussie over het minimumtarief wel weer oplaaien. De commissie Boot heeft namelijk voorgesteld om het tarief als een van drie indicatoren te nemen om te bepalen of de relatie opdrachtnemer-opdrachtgever een (verkapt) dienstverband is of niet. De andere twee indicatoren zijn ‘duur opdracht’ en ‘aard werkzaamheden’. Als bóven een bepaald tarief betaald wordt, dat is dat volgens Boot een indicatie dat er dan wel sprake moet zijn van ondernemerschap en geen (gedwongen) schijnconstructie.

Met name VNO-NCW is hier fel tegen, met name omdat staatssecretaris Wiebes (in een nooit publiek gemaakt voorstel) daarbij schijnt te denken aan een norm van 75 euro per uur. Boot zelf denkt overigens aan een norm van 1,5 keer het cao-loon.  Binnen de politiek is er nog veel twijfel of dit nu een goede uitweg uit het dilemma is.  Maar het is dus zeker denkbaar dat via de vernieuwde Wet DBA er toch een soort van ‘de facto tariefsgrens’ komt.

Tarief: kwestie van fatsoen  

Moet de overheid nu wel of niet ingrijpen in tarieven voor zelfstandigen? Dat is en blijft een lastig vraagstuk. Opdrachtgevers zitten in de regel niet te wachten op meer regels. De simpelste manier om overheidsingrijpen te vermijden is dan ook om zelf op een verantwoordelijke manier om te gaan met tarieven. Niet: zzp’ers inhuren omdat ze goedkoper zijn, maar: zzp’ers inhuren vanwege hun expertise en flexibiliteit. En ze daarvoor fatsoenlijk betalen.

In die zin zou het goed zijn als een werkgeversorganisatie als VNO-NCW eens iets meer kleur bekent in deze discussie en loskomt van het standaardriedeltje dat een tarief iets is dat de zzp’er altijd zelf moet bepalen.

Hoeveel verdient de zzp’er?

Volgens het CBS bedraagt in 2014 het persoonlijk inkomen van werknemers in Nederland gemiddeld 39 duizend euro. Voor zelfstandigen die hun hoofdinkomen als zelfstandige verdienen, ligt dat met gemiddeld 38 duizend euro per jaar vrijwel op hetzelfde niveau. Het persoonlijk inkomen van zzp’ers ligt daarentegen met gemiddeld 34 duizend euro duidelijk lager. Wordt het inkomen van de partner meegeteld, dan lopen de gemiddelde inkomens niet ver uiteen. Het gestandaardiseerde huishoudinkomen, dat wil zeggen: het huishoudinkomen gecorrigeerd voor omvang en samenstelling van het huishouden, bedraagt gemiddeld 29 duizend euro voor werknemers, 31 duizend euro voor zelfstandigen en 29 duizend euro voor zzp’ers. Dat betekent dat het lagere persoonlijke inkomen van de zzp’er deels wordt gecompenseerd door het inkomen van de partner.  Sectoraal bezien verdienen zzp’ers in de financiële dienstverlening het meest. Hun gemiddelde persoonlijk inkomen ligt iets onder de 70 duizend euro per jaar. Het persoonlijk inkomen van zzp’ers in de sector cultuur, recreatie en overige diensten is met gemiddeld 19 duizend euro het laagst.  

BNR besteedde in het programma BNR Werkverkenners ook aandacht aan dit thema.  

Uitzending luisteren