Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, ZZP-expert

21st century skills; een relativerende kanttekening

Pierre Spaninks, ZZP-expert op 7 november 2017

Het World Economic Forum heeft een top drie gemaakt van belangrijkste vaardigheden voor werknemers in de 21e eeuw. Kritisch denken is daar één van. BNR Werkverkenners besteedt daar dinsdag 7 november tussen 19:00  en 19:30 uur aandacht aan. Eén van die andere skills die het World Economic Forum benoemde is ‘Goed kunnen samenwerken in teams’. Dit is ongetwijfeld een belangrijke vaardigheid voor werkenden, nu en in de toekomst. Maar een typische ‘21st century skill’ kan Pierre Spaninks er niet in zien. Een relativerende kanttekening.

Dat er niet zoiets bestaat als ‘21st century skills’ hoort u mij niet zeggen. Zoals mijn vader leerde werken met de rekenliniaal, ik zelf met de zakjapanner en mijn dochter met de grafische rekenmachine, zo zullen mijn kleinkinderen (if any) zich ook wel weer de omgang met nieuwe gadgets eigen moeten maken.

We weten alleen nog niet wat voor gadgets dat zullen zijn, wat ze kunnen, en wat ze van hun gebruikers gaan vragen. Dat maakt praten over ‘21st century skills’ een beetje Jules Verne: wat wij nu ook bedenken met zijn allen, over honderd jaar zullen ze erom lachen en concluderen dat het meer zei over ons nu (toen) dan over hen later (nu).

Vandaar dat ik altijd een beetje moet lachen als ik hoor hoe ICT’ers die niks van onderwijs weten en onderwijskundigen die niks van ICT weten, zich druk maken over programmeren als verplicht vak tot in het basisonderwijs aan toe. Omdat het zo’n eminente ‘21st century skill’ is? Mij bekruipt het gevoel dat het meer te maken heeft met de vrees voor een tekort aan programmeurs op de korte termijn dan met een inhoudelijke visie op leven en werk op de lange termijn.

Wat ik me wel afvraag, is hoe nieuw en hoe anders die ‘21st century skills’ dan eigenlijk zijn vergeleken met ‘20th century skills’. Al die sociale, economische, technologische ontwikkelingen die wij meemaken en waar wij het alsmaar over hebben: hoe ‘disruptief’ zijn die eigenlijk? Vragen die werkelijk om een kwantumsprong in de kennis en vaardigheden van werkenden? Of gaat het daarvoor allemaal te veel stapje voor stapje, met bochten en kronkels, met vallen en opstaan?

Ook in dat geleidelijke scenario komen er uitdagingen voort uit die ontwikkelingen, maar dan liggen die meer op het vlak van snappen dat de wereld verandert en dat je daarin mee moet wil je betekenisvol werk kunnen blijven doen, dan op het vlak van eerst dit knopje indrukken en dan dat.

Als dat zo is, dan zou gewichtig doen over ‘21th century skills’ - alsof het om een samenhangende en ondeelbare set van radicaal nieuwe vaardigheden gaat - weleens contraproductief kunnen werken. Dan gaan mensen het zo onoverzienbaar en onbehapbaar vinden dat ze maar liever afhaken in plaats van nu eens hier wat van te proeven en dan weer daar wat van te proberen - wat toch het begin is van alle effectief leren.

De vraag hoe je goed samenwerkt in teams is wat mij betreft een goed voorbeeld. Interessant? Ongetwijfeld. Nuttig? Zeker weten. Iets wat iedereen moet leren? Absoluut. Maar hoe ‘21st century’ is die vaardigheid? Wordt daar nu anders en zwaarder een beroep op gedaan dan pak hem beet honderd jaar geleden? Ik geloof er niets van.

Voor zover ik zicht heb op het onderzoek naar de competenties die nodig zijn om effectief in teams samen te werken – ik ben maar een halve psycholoog dus ik mag dat te kort door de bocht samenvatten – komen die in drie clusters.

Het eerste cluster houdt verband met de vakinhoudelijke kennis die vereist is om als team effectief te kunnen optreden. Willen chirurgen, anesthesisten en verpleegkundigen samen een operatie tot een goed einde brengen, dan moeten ze minimaal ieder hun eigen vak beheersen, de grenzen van hun eigen deskundigheid kennen, weten wat de andere professionals om tafel weten en kunnen, en daar in hun doen en laten rekening mee houden.

Het tweede cluster heeft te maken met wat ‘groepsdynamica’ heet. Het komt de effectiviteit van een team enorm ten goede als de leden weten waaraan je kunt zien of iemand anders de zaak in de hand heeft of maar wat loopt te kloten, als ze iemand daar indien nodig op aan durven te spreken, als ze dat dan op zo’n manier kunnen doen dat niet meteen de pleuris uitbreekt, en dat ze - als dat onverhoopt toch gebeurt - in staat zijn om het daar na afloop samen over te hebben en er wat van te leren voor de volgende gelegenheid.

En dan hebben we nog een derde cluster, waarin het minder gaat om kennis en vaardigheden maar meer over atttitudes, over de houding van mensen ten opzichte van werken in teams in het algemeen en hun eigen team in het bijzonder. Hebben ze een gemeenschappelijk doel voor ogen? Zijn ze ervan overtuigd dat hun team als een eenheid kan optreden, ook als de afzonderlijke leden elk hun eigen taak hebben? Vertrouwen ze elkaar, zelfs als het spannend wordt?

Het voorbeeld van het team in de operatiekamer en de indeling in clusters komt uit een breed opgezet Amerikaans onderzoek uit 2005 naar ‘evidence-based’ samenwerkingsvaardigheden, niet alleen in de medische wereld maar ook in de burgerluchtvaart en het leger. Het kan ongetwijfeld model staan voor de samenwerking in teams van professionals in andere sectoren waar topprestaties moeten worden geleverd onder druk van tijd en omstandigheden. Typisch ‘21st century’, zou je dus zeggen. Maar is dat wel zo?

Ik maak me sterk dat een groep jagers/verzamelaars die 65.000 jaar geleden op de Afrikaanse savanne naar voedsel zochten voor hun stam precies dezelfde vaardigheden moesten hebben. Of Odysseus en zijn mannen toen ze 5000 jaar geleden van Troje de weg terug moesten zien te vinden naar Ithaka. Of Roald Amundsen en zijn metgezellen toen ze 100 jaar geleden probeerden als eersten de Zuidpool te bereiken. Of de verzetsstrijders die tijdens de bezetting alles deden om joodse kinderen uit de crèche van de Hollandsche Schouwburg in veiligheid te brengen.

Allemaal reuze effectieve teams, van mensen met hart voor de zaak, die zich voor een uitdaging gesteld zagen en die daar niet voor wegliepen, die een gedeeld doel voor ogen hadden en er samen de schouders onder zetten omdat ze het in hun eentje niet konden.

Wat die klassieke ploeggenoten nog meer met elkaar gemeen hadden, was dat ze geen tijd hadden om zich op een meta-niveau druk te maken over welke vaardigheden dat nou precies van hen vroeg en in welke clusters die kwamen. Ze deden het gewoon, en werkendeweg werden ze er steeds handiger in - of niet. Misschien is dat wel het grootste verschil tussen hen en ons, verwende 21e-eeuwers. Hup, handen uit de mouwen!