+31 (0) 30 602 16 17
Arbeidsmarktdiscriminatie: gaat de nieuwe wet werken?

Arbeidsmarktdiscriminatie: gaat de nieuwe wet werken?

Pierre Spaninks, ZZP-expert - 18 december 2019
Column

Ongerechtvaardigd onderscheid maken op de arbeidsmarkt is even slecht als dom. Of het nu is naar leeftijd, achtergrond, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap: je doet het niet. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de goeien een steuntje in de rug geven en de kwaaien een douw. Een belangrijk onderdeel in haar plan van aanpak is het concept wetsvoorstel Toezicht discriminatievrije werving en selectie, waarover afgelopen weken een internetconsultatie is gehouden. De werkgevers, verenigd in VNO-NCW, onderschrijven in hun reactie de doelstellingen van de wet maar betwijfelen of die in de praktijk gaat werken. Columnist en ZZP-expert Pierre Spaninks is geneigd hen gelijk te geven. 

Administratieve lasten

Kort samengevat roept het wetsvoorstel Toezicht discriminatievrije werving en selectie bij de werkgevers vooral veel onzekerheid op en leidt het in het bijzonder voor het mkb tot hoge administratieve lasten. Tegelijkertijd leven er in het veld nog veel vragen, lopen er nog pilots waarvan de uitkomst zou moeten worden afgewacht, en hebben steeds meer bedrijven toch al een divers samengesteld personeelsbestand. 

Het concept-wetsvoorstel, constateren de werkgevers, is vooral gericht op het inrichten van procedures en op het inzichtelijk en controleerbaar maken daarvan. Of daarmee discriminatie wordt voorkomen, betwijfelen zij ernstig. Juist voor bedrijven die al volop hun best doen, zullen de extra administratieve verplichtingen onredelijk zwaar uitpakken. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk geeft hen daarin gelijk.

De prognose van tijdbeslag en daaruit voortvloeiende kosten worden volgens de werkgevers zwaar onderschat. Met name kleine ondernemingen weten niet hoe zij de vereiste informatie binnen moeten halen en hoe zij die moeten omzetten in een hanteerbare werkwijze die voldoet aan de wettelijke vereisten. Bovendien moeten zij ook nog eens periodiek nagaan of er ontwikkelingen zijn in de wetenschap en in de professionele dienstverlening waaraan zij hun werkwijze moeten aanpassen.

Kleine werkgevers, grote problemen

De eisen die het wetsvoorstel stelt aan de manier waarop werkgevers aan sollicitanten en stagiaires duidelijk kunnen maken hoe zij te werk gaan bij werving en selectie, zadelt met name kleine werkgevers op met grote problemen. Volgens VNO-NCW hebben kleinere bedrijven in detailhandel, horeca, metaal en techniek meestal geen websites waarop zij de voorgeschreven informatie kunnen plaatsen. Zij hebben weinig ervaring met wervings- en selectieprocedures en beschikken niet over een eigen HR-afdeling. Hoe kleiner het bedrijf, hoe zwaarder de lasten van zulke verplichtingen gaan wegen. 

Als een bedrijf gebruik maakt van een intermediair – zoals een uitzendbureau - moet het nagaan of die op zijn beurt weer over adequate procedures beschikt om discriminatie tegen te gaan. ‘De werkgever zou dat kunnen doen door in correspondentie te treden met die intermediair en die correspondentie te archiveren. Vraag is of een kleine werkgever hierdoor op een adequate manier kan achterhalen of de intermediair aan de vereisten voldoet,’ aldus VNO-NCW. 

De staatssecretaris stelt voor dat bedrijven hun procedures om discriminatie bij werving en selectie te voorkomen, gaan opnemen in de arbo-catalogus waarin zij ook al hun maatregelen rond veiligheid en gezondheid beschrijven. Daar zien de werkgevers weinig in, omdat zij de laatste tijd steeds meer problemen ervaren als zij hun arbo-catalogus ter toetsing voorleggen aan de Inspectie SZW.

Behalve de werving en selectie van medewerkers en loondienst en van stagiaires wil de staatssecretaris ook de opdrachtverstrekking aan zelfstandigen onder haar wet brengen. De werkgevers storen zich aan de veronderstelling die hieraan ten grondslag lijkt te liggen. Volgens hen miskent Van Ark dat zij ten principale die medewerkers in dienst nemen dan wel die zelfstandigen contracteren die het werk het best kunnen uitvoeren. Over de problemen waar de staatssecretaris zelfstandigen opzadelt met haar wetsvoorstel hebben de werkgevers het dan nog niet eens, maar die zijn nog veel groter. 

Openbaarmaking

Een ander heikel punt voor de werkgevers is de openbaarmaking van de gegevens die de Inspectie SZW over bedrijven moet gaan verzamelen tijdens de handhaving van de voorgestelde wet. De staatssecretaris gaat er volgens de werkgevers ten onrechte vanuit dat daar een breed draagvlak voor zou zijn. 

Omdat het wetsvoorstel tot zware administratieve lasten leidt en tot een onuitvoerbare voorschriften, is het risico groot dat werkgevers onbedoeld de wet overtreden. Openbaarmaking van inspectiebevindingen kan hen dan disproportioneel schade toebrengen. ‘Wanneer een werkgever de wet heeft overtreden – ongeacht de tekortkoming – zal diens naam steeds verbonden blijven met discriminatie en zal herstel van reputatie nagenoeg onmogelijk zijn.’

Tot slot merken de werkgevers op hoe blij zij destijds waren dat er vooruitlopend op de internetconsulatie een ‘MKB-toets’ werd gehouden, waarbij zij gelegenheid kregen op de eerste plannen te reageren. Maar nu het concept-wetsvoorstel er ligt, moeten zij tot hun teleurstelling constateren dat er nagenoeg niets met hun inbreng is gedaan. 

Het heeft er veel van weg dat de voornemens van staatssecretaris Van Ark om discriminatie bij werving en selectie tegen te gaan, aan hetzelfde euvel lijden als andere plannen van dit kabinet voor dezelfde arbeidsmarkt. Weinig visie maar wel veel regels en regeltjes, geen voeling met de praktijk, en geen begrip voor praktische bezwaren hoe reëel ook. 

Natuurlijk, arbeidsmarktdiscriminatie is een even belangrijk als complex onderwerp, waar zowel voor individuele werkenden als voor economie en samenleving in hun totaliteit veel van afhangt. Voor de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) en voor de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring (Wmz) geldt dat net zo. Ook die werden en worden vanuit de praktijk onthaald op een storm aan kritiek over onuitvoerbaarheid en prohibitieve administratieve lasten, en ook daarvan wordt gevreesd dat ze de problemen die ze willen aanpakken weleens eerder zouden kunnen verergeren dan dat ze die oplossen. 

Het kabinet overschat stelselmatig de maakbaarheid van de arbeidsmarkt, en onderschat de wil en het vermogen van partijen om zich eigener beweging aan te passen aan economische en maatschappelijke ontwikkelingen.  

Terug naar het overzicht