Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Hugo-Jan Ruts, Hoofdredacteur ZiPconomy

De weg naar eerlijke flex

Hugo-Jan Ruts, Hoofdredacteur ZiPconomy op 16 februari 2017

Het klinkt misschien wat pathetisch, maar we staat op een kruispunt. Een punt waarop we kunnen en moeten kiezen waar het heen gaat met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een punt waarop de overheid, organisaties en individuen een keuze maken. Keuzes die bepalen in hoeverre we die flexibilisering eerlijk, duurzaam en transparant kunnen houden en of we vervallen in een situatie van tegenstellingen en strijd. Een beschouwing over flexibel organiseren en zelfstandig professionals.

De noodzaak tot flexibilisering van organisaties

Organisaties willen flexibel organiseren. Of beter gezegd: moeten flexibel organiseren. We bevinden ons in een turbulent, onzeker en complex tijdsgewricht. In de Verenigde Staten noemen ze dat de VUCA-wereld. Het heeft weinig te maken met de economische crisis van de afgelopen jaren. Het is een permanente situatie. Een situatie die vraagt om lenigheid om snel te kunnen reageren op veranderingen door innovaties, regelgeving en geopolitieke ontwikkelingen. Snel te kunnen reageren op kansen en bedreigingen, snel de juiste competenties en capaciteit te kunnen organiseren en afscheid te nemen van competenties en capaciteit die je niet meer nodig hebt. Dat klinkt klinisch en dat is het ook. Het is ook een realiteit.

Flexibel organiseren is een trend

Flexibel organiseren roept zowel negatieve als positieve beelden op. Er ontstaan organisaties met oog voor talent (intern en extern), hybride organisaties richten zich op samenwerking, ontwikkeling en innovatie. Deze fuzzy firms zoeken naar de win-winsituatie en gaan allianties aan. Ze omarmen goed opdrachtgeverschap. Het roept ook negatieve beelden op van flex als kostenreductie en de inhuur van externen om regelgeving of bijvoorbeeld cao-afspraken te ontduiken. Er is sprake van misbruik, een tweedeling tussen vast en flex, een hoge druk op tarieven en bureaucratisering.

Individualisering van de arbeidsmarkt

De traditionele manier waarop we arbeid de afgelopen 150 jaar hebben georganiseerd, staat al decennia onder druk. Autonomie en zelfverwezenlijking zijn de dominante drijfveren voor individuen. Als dat kan binnen een organisatie, is dat prima. Lukt dat niet, dan vertrek je naar een ander bedrijf of word je bijvoorbeeld zp’er. Ook die individualisering roept positieve en negatieve beelden op. Aan de positieve kant weet de zelfbewuste professional wat hij of zij kan en wil. De zp’er neemt verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen carrière, ontwikkeling, inkomen en sociale zekerheid, combineert vakmanschap en ondernemerschap en durft daarin te investeren.

Het negatieve beeld vormen gedwongen flexwerkers, zoals de net niet-werknemer, schijnzelfstandigheid en onverzekerde arbeidskrachten. Aan de andere kant zijn er egoïstisch ingestelde zp’ers die werken voor de hoogste bieder zonder enige vorm van loyaliteit. Hun eigenbelang staat voorop. Ze hebben een kortetermijnvisie en geen oog voor hun eigen ontwikkeling. Het is vooral halen, niet brengen.

Botsing der krachten

Flexibilisering van organisaties en de individualisering van de arbeidsmarkt hebben op zich niet zo veel met elkaar te maken. Een feit is wel dat ze beide zijn toegekomen en dat ze elkaar versterken. Samen vormen ze de perfect storm die nu woedt.

Om de stap te maken naar eerlijke flex is een flinke stap voorwaarts door de overheid, sociale partners, organisaties en zp’ers vereist. Zo kan ervoor worden gezorgd dat organisaties de flexibiliteit krijgen die ze nodig hebben en deze wordt gecombineerd met de optimale omgeving voor individuele, ondernemende vakprofessionals.

De overheid: de geest is uit de fles

Wanneer je de discussies over flex volgt die politici en sociale partners voeren, dan valt op dat nog niet altijd wordt beseft we in een andere tijd leven. Sociaal conservatieve krachten proberen de geest weer in de fles te krijgen en zien het klassieke model van werkgever en een vast dienstverband als hoogste goed. Veranderingen die worden doorgevoerd, blijven gestoeld op oude paradigma’s en wetgeving. Neem bijvoorbeeld de vervanging van de VAR (Verklaring Arbeidsrelaties). Die moet vervangen worden om schijnconstructies aan te passen. De nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie, blijft echter uitgaan van definities uit de wetgeving van 1964. Terwijl de omschrijving van arbeid en arbeidsrelaties toch echt wel is veranderd in de afgelopen vijftig jaar.

Oproepen voor een echte verbouwing van het sociaal en fiscaal stelsel, waarin basiszekerheden gecombineerd worden met de behoefte aan autonomie van de zelfstandig professionals, zijn nog niet in daden omgezet in Den Haag.

Er is wel licht aan het eind van de tunnel. Minister Asscher van Sociale Zaken, anders dan minister Kamp van Economische Zaken, roert zich zeer nadrukkelijk in het flexdossier en begint langzaam een draai te maken. Niet alles aan flex is verfoeilijk en niet alle zp’ers moeten aan een vaste baan worden geholpen worden. Er zijn verzekeringen en pensioenen voor zp’ers nodig, maar verplichten wil Asscher het niet meer. In de herfst komt het kabinet met een langverwachte integrale visie over het zzp-dossier. Nu maar hopen dat dat in het perspectief wordt geplaatst van die individualiserende arbeidsmarkt en dat die visie ook omgezet wordt naar daadwerkelijke hervormingen.  

Organisaties opnieuw ingericht

Een beetje ondernemer wacht niet tot ze in Den Haag knopen doorhakken. Zij dienen hun eigen koers re bepalen.

Leiders van organisaties zullen zich nog veel meer moeten realiseren dat de functie van traditionele organisaties aan het kantelen is. In de negentiende en twintigste eeuw bepaalde de manier waarop organisaties waren ingericht de manier waarop we werkten. In de eenentwintigste eeuw bepaalt de manier waarop we (kunnen) werken, de manier waarop we werk organiseren en dus ook hoe organisaties eruit moeten zien. 

In internationaal perspectief is het onmogelijk om vast te houden aan oude tradities en arbeid vooral te zien als kostenpost, met flex als manier om werk zo goedkoop mogelijk te maken. De Belgische hoogleraar Jonathan Holslag (Vrije Universiteit Brussel) heeft het in dat kader vaak over het heruitvinden van de Europese markt, die een eigen, unieke stijl, moet vinden in de strijd met grootmachten als China en India.

Duurzame markt

Willen organisaties gebruik blijven maken van een flexibele arbeidsmarkt, dan zullen ze een forse bijdrage moeten willen leveren aan de verduurzaming van de flexmarkt. Noem het fatsoen, noem het maatschappelijk verantwoord ondernemen, noem het noodzaak. Als die stap niet wordt gemaakt, dan gaat de flexmarkt vanzelf op slot. 

Goed opdrachtgeverschap is een mooi gedachtegoed om te werken naar die duurzame en waardevolle relaties tussen opdrachtgevers en zelfstandig professionals. Uit onderzoek dat ik deed met hoogleraar Arjan van den Born aan de Tilburg University naar goed opdrachtgeverschap, bleek dat de waarde van aandacht daarvoor kon worden uitgedrukt in rendement en dus in geld. Goed opdrachtgeverschap start met de hygiënefactoren rond processen, zoals een fatsoenlijk tarief, evenwichtige contracten en een behoorlijke betalingstermijn. Daar bovenop komt de relatie tussen met name de hiring manager en de zelfstandig professional. Die kan intensiever, met meer nieuwsgierigheid naar wat iemand nog meer kan, waardering en het beslechten van onzichtbare barrières tussen vast en flex. Werk ook aan de inhoud van opdrachten, want daar gaat de vakprofessional voor. Zorg voor scherpere omschrijvingen, stuur aan op output, geef meer en vaker feedback en bekijk de groeimogelijkheden.

Het zijn punten die mogelijk voor de hand liggen. Geen enkele reden dus om er niet meer aandacht aan te geven. In het belang van vooral de eigen organisatie.

Wie van de drie? Wil de echte zelfstandige professional opstaan. 

We zijn het punt van 1 miljoen zzp’ers gepasseerd. Ongeveer driekwart daarvan levert ‘eigen arbeid’. 15 tot 25 procent daarvan wil het liefst een baan. Voor 10 procent is het zzp-schap een opstap naar een onderneming met personeel. Dan blijft over: ongeveer een half miljoen zelfstandigen die zelfbewust hun diensten aanbieden. Wat kunnen zij doen in het kader van eerlijke flex?

Een duurzame flexmarkt vraagt om duurzame inzetbaarheid. Werken aan vakmanschap en kansen op de markt dragen daaraan bij. Blijf investeren, want daar schort het toch wel aan. De consensus is, ook onder zelfstandigen, dat opleiden een verantwoordelijkheid is van de zp’er en niet van de opdrachtgever. Dit wordt echter nog maar beperkt omgezet in daden. Investeren in jezelf is onderdeel van verantwoord en duurzaam ondernemerschap. Net als bewuste keuzes maken rond verzekeringen en pensioen. Wanneer we willen dat de overheid dat niet verplicht stelt, moeten we zelf de verantwoordelijkheid nemen.

Wat kan de zp’er zelf doen?

En dan goed opdrachtnemerschap. Opdrachtgevers moeten meer feedback geven. Maar die kun je als zp’er ook vragen, en teruggeven. Een opdrachtgever hoort te zorgen voor een heldere opdrachtformulering en hoort te sturen op output met oog voor de afronding van een opdracht, maar daar kun je als zelfstandige ook op sturen, in plaats van zaken te laten versloffen in de hoop op een stilzwijgende verlenging van de opdracht.

Waar we van de overheid verwachten dat ze de nieuwe realiteit en zelfstandig ondernemerschap omarmen, van goede opdrachtgevers verwachten dat ze optimaal gebruik willen maken van de kracht en ambities van zelfstandigen, is goed en professioneel opdrachtnemerschap en verantwoordelijk zelfstandig ondernemerschap de derde poot van eerlijk flex.

Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is initiatiefnemer en hoofdredacteur van het kennisplatform ZiPconomy. Hij schrijft over trends en innovaties in de wereld van inhuur, bemiddeling van zelfstandig professionals en de samenwerking tussen organisaties en zelfstandig interim-professionals. Hugo-Jan Ruts studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en vervulde (interim-)management- en directiefuncties bij verschillende HR-dienstverleners.