+31 (0) 30 602 16 17
Flexwerkers en zzp'ers in de OR: (niet) doen! 

Flexwerkers en zzp'ers in de OR: (niet) doen! 

Hugo-Jan Ruts, Hoofdredacteur Zipconomy - 12 december 2019
Column

Als middelbare scholier zat ik in de medezeggenschapsraad van onze school. Ik schopte het zelfs tot voorzitter. Een generatie later deed ik dat nog eens dunnetjes over op de school van mijn kinderen. En als directeur van een groeiend trainingsbureau kreeg ik – vrij plots – te maken met een ondernemingsraad. Ik heb de mogelijkheden en onmogelijkheden van medezeggenschap aan den lijve mogen ondervinden. Een boeiend onderwerp. 

Rens de Jong ging in een uitzending van Werkverkenners van 10 december op zoek naar de vraag “Hoe je in de ondernemingsraad de rug recht houdt zonder dat je een stoorzender bent”. Hij sprak met onder andere Johan Zwemmer (advocaat), Kitty Jong (vice-voorzitter FNV) en Tineke de Roo (voorzitter van de OR van Albert Heijn). 

Eén onderwerp kwam helaas niet aan de orde: wat te doen met dat deel van de werkenden in de organisatie dat niet vast in loondienst is. Flexwerkers en zzp’ers. Moet je die betrekken bij medezeggenschap? 

Als je er vanuit gaat dat betrokkenheid van werkenden binnen de organisatie, los van de contractvorm, een goede zaak is én dat een goede medezeggenschap daar een bijdrage aan levert, dan ligt het voor de hand om op zijn minst na te denken over een manier om flexwerkers te betrekken bij medezeggenschap. 

De SER-commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) heeft dit onderwerp een paar jaar geleden als eens uitgediept. Die commissie kwam toen (zie deze informatiepagina) op een aantal manieren hoe dat te doen. Van actief betrekken bij het peilen van de mening onder werkenden tot het reserveren van een of meerdere plekken in de OR juist voor deze groep. Het bestaande instrumentarium van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) biedt volgens de SER al veel mogelijkheden om flexwerkers te betrekken bij medezeggenschap. 

En zzp’ers dan? Daar ligt het wellicht iets minder voor de hand. Of toch niet? 

Ik grijp even terug naar een onderzoek naar Goed Opdrachtgeverschap dat de Universiteit Tilburg op verzoek van ZiPconomy eerder in 2019 deed. Vragen of zelfstandigen zaken als opleiding, coaching, onboarding en andere HR instrumenten prettig en zinvol vonden, leverde opvallend uiteenlopende scores op. Een deel vond dat zeker prettig. Maar een flinke groep juist niet. 

De realiteit is dat er volgens mij in toenemende mate twee type zelfstandigen zijn en misschien ook wel twee type opdrachtgevers. Een groep die ook wel de ‘near employee’ genoemd wordt. Dicht tegen de organisatie aan en veelal met een langdurige relatie met de opdrachtgever. Bijvoorbeeld zelfstandigen bij adviesbureaus, trainingsbureaus of in de media. Interessant is ook dat recentelijk vijf grote financiële instellingen gezamenlijk een ‘werkcode’ hebben ondertekend met als centraal thema : ‘Eén uitgangspunt voor alle werkenden’. Dan wordt de gedachte om ook die zzp’ers te betrekken bij medezeggenschap zo gek nog niet. Accountantskantoor Flynth gaf in 2014 de zzp’ers in hun flexschil al stemrecht. 

Een andere groep zelfstandigen houdt juist van meer afstand. Een zakelijkere relatie wellicht. In ieder geval een tijdelijkere relatie en meer op inhoud. Focus op de inhoud van de opdracht.  

Dat is niet goed of fout. Het is gewoon een verschil waarin je een bewuste keuze moet maken. Als organisatie en als zelfstandige.  

Terug naar het overzicht