Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, zzp-expert

Hoe maak je succesvol een carrièreswitch?

Pierre Spaninks, zzp-expert op 27 juni 2017

Hoe maak je succesvol een carrièreswitch? Dat is de vraag die centraal staat in Werkverkenners, dinsdag 27 juni van 19:00 tot 19:30 op BNR. Een uitzending vol ervaringen en praktische tips. In dit blog een wat filosofischer perspectief, van de Amsterdamse psycholoog Marc Schabracq: ‘Verandering doet leven.’ 

Op het eerste gezicht lijkt Marc Schabracq niet de gedroomde auteur voor een boek dat Wat nu? heet en dat als ondertitel De inrichting van je verdere loopbaan meekreeg. De meeste mensen zullen zich daarbij toch eerder iemand voorstellen die op een ochtend wakker is geworden met het idee dat het allemaal anders moest, die zelf succesvol heeft gebroken met de sleur van alledag, en die daar nu hallelujah-verhalen over vertelt. Niet dus.

Schabracq (Amsterdam, 1949) is een gewone jongen met hersens en zonder kapsones, die zijn studie psychologie cum laude afsloot, die een baan kreeg aan de universiteit, die daar wel promoveerde maar geen hoogleraar werd, die dankzij zijn productiviteit de nodige reorganisaties overleefde, die naast zijn baan wat advieswerk deed en trainingen gaf, en die zichzelf geleidelijk heeft verzelfstandigd.

Inmiddels heeft hij afscheid genomen van de academische wereld - met behalve een proefschrift, drie romans en een verhalenbundel ook nog eens meer dan twintig wetenschappelijke en professionele boeken op zijn naam – en helpt hij individuen, teams en organisaties die ingrijpende veranderingen doormaken. Dat doet hij, samen met zijn dochter Roos Schabracq, onder de naam Room To Move. Tot hun klanten behoren grote bedrijven als KLM, ING en Nationale Nederlanden.

Het is alweer acht jaar geleden dat ik Schabracq interviewde voor Managementboek Magazine, toen Wat nu? net verschenen was. Veel van wat hij bij die gelegenheid zei, is me tot op de dag van vandaag bijgebleven.

Carrière maken, de top van de piramide bereiken – als dat is wat je graag wilt, moet je het vooral doen, vindt Schabracq. En in zijn boek geeft hij zijn lezers daar volop tips voor. Maar eigenlijk is het hem daar niet om te doen. Wat dan wel?

‘Het gaat er mij om hoe je je leven inricht. Leef je het leven dat past bij wie je bent, en bij wie je wilt zijn? Die vraag, daar heb ik wat mee.’ Het antwoord op de vraag die Schabracq zichzelf stelt, en die iedereen zich volgens hem op gezette tijden zou moeten stellen, kan ook heel goed zijn dat je inderdaad goed bezig bent. Dan hoef je hooguit een beetje bij te sturen om je leven op het juiste spoor te houden en dicht bij jezelf te blijven. Maar in bijna ieder mensenleven komt er wel een moment dat je je afvraagt: Is this all there is?

‘De ene keer komt het uit jezelf, als je je realiseert dat je al te lang op je automatische piloot vliegt en dat je het contact bent kwijtgeraakt met wat je ooit motiveerde om deze kant op te gaan. De andere keer komt het van buitenaf, als je ergens al jaren hebt gewerkt en je moet bij de baas komen voor een slechtnieuws-gesprek.’

Dan is het soort transitiemoment aangebroken waar Schabracq zich in heeft gespecialiseerd. Als psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam deed hij onderzoek naar zulke overgangen in de loopbanen van mensen. Waarbij we het begrip carrière ruim mogen opvatten, want juist op zulke transitiemomenten blijkt volgens Schabracq dat werk en privé alles met elkaar te maken hebben. Bovendien is betaald werk in formele arbeidsorganisaties lang niet de enige vorm waarin mensen zichzelf kunnen verwezenlijken.

‘Verandering doet leven,’ weet Schabracq. ‘Hoe vaak hoor je niet mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt achteraf zeggen dat ze er beter aan toe zijn dan voor die tijd? Overgangen, hoe pijnlijk ook, geven je een ander perspectief op je leven. Nietzsche zei al dat alles waar je niet aan doodgaat je sterker maakt. En dat is ook zo.’

‘Je richt je leven op een bepaalde manier in, je doet wat met je mogelijkheden, je legt je neer bij je beperkingen, en het gaat allemaal zo zijn gangetje. Totdat er iets ingrijpends gebeurt waardoor de werkelijkheid niet meer klopt met het beeld dat je van jezelf had.’

‘Dat is een situatie waarin mensen heel veel stress ervaren. De meesten lukt het om zich na verloop van tijd aan die nieuwe werkelijkheid aan te passen, of om de werkelijkheid weer naar hun hand te zetten. Dat levert dan een positieve ervaring op, die je inderdaad sterker maakt.’

In de aanpak van Schabracq staat het begrip zelfsturing centraal. ‘Het gaat erom dat je regelmatig naar jezelf kijkt, naar waar je mee bezig bent, en dat je je afvraagt: kan dit beter, en zo ja hoe? Vorm geven aan je eigen leven doe je door je sterkste motieven en drijfveren je bestemming te laten bepalen en je van daaruit verder te ontwikkelen. Dat geeft richting en betekenis. Zolang je op koers ligt, gaat dat gepaard met het plezierige gevoel dat alles op rolletjes loopt.’

Idealiter houdt zelfsturing dus in dat je je eigen leven de kant op leidt waar het kennelijk vanzelf al heen wilde, maar dan gericht en meer bewust. Dat klinkt makkelijker dan het is, en dat is waar Schabracq’s boek in beeld komt.

Wat nu? bestaat uit drie delen. ‘Als je wat wilt met jezelf en met je werk,’ raadt Schabracq aan, ‘moet je in ieder geval het eerste deel lezen. Dat gaat over het veranderen van werk, over de ins en outs van het vinden van een nieuwe baan.”

Het tweede deel diept vier punten uit die daar een rol in spelen: stress en vervreemding, invloeden uit eerdere levensfasen, de motieven die mensen drijven, en het begrip rijpheid. Dat laatste staat voor in het reine komen met je eigen sterfelijkheid – ‘Maak je je net zo druk over de tijd dat je nog niet geboren was?’ – en het verwerkt hebben van alles wat je tot nu toe hebt meegemaakt, liefst op zo’n manier dat het geen energie meer kost of dat het zelfs energie oplevert.

Het derde deel bevat methoden en technieken die de lezer kan gebruiken om een verandering van loopbaan bewust door te maken en er alles uit te halen wat erin zit, gebaseerd op ervaringen die Schabracq heeft opgedaan tijdens de vele trainingen die hij heeft gegeven. ‘Dit is wat ik daar heb gevonden en wat ik de moeite waard vind om door te geven.’

In de boekhandel wemelt het van de zelfhulpboeken over loopbaanplanning. Het mooie van Schabracq vind ik dat hij zich niet alleen een stuk bescheidener opstelt dan veel van zijn collega’s, maar dat hij ook veel meer moeite om zijn verhaal wetenschappelijk te onderbouwen.

De aartsvader van het genre is Richard Bolles, die met Welke kleur heeft jouw parachute? een ware jobhuntersbijbel heeft geschreven. Schabracq moest destijds een beetje lachen, toen ik die metafoor gebruikte. ‘Bolles heeft als Amerikaan inderdaad iets religieus. Ik houd het liever wat nuchterder, wat luchtiger ook. Als ik een cursus geef, wordt er altijd veel gelachen, zelfs bij zo’n zwaar onderwerp. Een beetje volkstoneel. Mag het?’