Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, ZZP-expert

Hoe vind je een goede mentor?

Pierre Spaninks, ZZP-expert op 2 oktober 2017

Een mentor is een ouder en wijzer iemand die jou begeleidt op je pad. Daar hebben we (bijna) allemaal weleens behoefte aan. Maar hoe vind je er een? Daarover gaat dinsdag 3 oktober het programma Werkverkenners, van 19:00 tot 19:30 uur op BNR Nieuwsradio.

Hoe je een goede mentor vindt? Dat lijkt een lastige vraag. Maar zoals met zo veel lastige vragen, is het antwoord eigenlijk heel simpel. Want een goede mentor vind je niet. Die mentor vindt jou. Easy, maar dan begint het pas.

De eerste mentor was Mentor. Waarschijnlijk heeft die nooit bestaan, maar iemand van die naam speelt een niet onbelangrijke rol in de Odyssee, het klassieke verhaal over de Griekse held die na de Trojaanse oorlog talloze ontberingen en beproevingen moet doorstaan om weer naar huis te komen op het eiland Ithaka, waar zijn vrouw Penelope op hem wacht.

Huisvriend

De mythologische Mentor was een soort huisvriend van de ouders van Odysseus, Laërtes en Anticlea. Zij regeerden over het eiland Ithaka. Op hun verzoek had Mentor het op zich genomen om hun zoon, die hen later zou moeten opvolgen, een beetje in de gaten te houden. Hij moest hem af en toe wat tips geven en hem waar nodig wat bijsturen.

Blijkbaar hadden de inspanningen van Mentor het gewenste resultaat. Want toen Odysseus, eenmaal koning geworden, samen met zijn makkers vertrok om oorlog te voeren tegen Troje, vroeg hij hem op zijn beurt om een oogje in het zeil te houden en Penelope te helpen met de opvoeding van hun zoontje Telemachos.

Mentor kon helaas niet verhinderen dat in Odysseus’ afwezigheid zich allerlei vrijers aan Penelope begonnen op te dringen en weliswaar niet het echtelijke bed maar dan toch het paleis overnamen. Wat Mentor wel kon, was ondertussen Telemachos helpen opvoeden in de herinnering aan Odysseus.

Dat leidde ertoe dat Mentor en Telemachos samen Odysseus gingen zoeken toen die na bijna twintig jaar nog niet terug was. Met de bekende afloop dat de held veilig thuiskwam, de vrijers een voor een afschoot, en Penelope weer in zijn armen kon sluiten.

Mentor-zijn

Kijk, zo’n mentor als Mentor, daar had je nog eens wat aan. Zijn eigennaam is niet voor niets een zelfstandig naamwoord geworden dat staat voor (strikt genomen) een oudere wijze vertrouweling en raadgever of (ruimer uitgelegd) iemand die anderen helpt om hobbels en kuilen te overwinnen in leven en werk.

Van die eerste, bijna letterlijke interpretatie van het Mentor-zijn oftewel het ‘mentoraat’, ben ik een groot voorstander. Persoonlijk heb ik niet het geluk gehad een zo’n mentor te treffen die me zijn hele leven vergezelde. Maar in heel verschillende fases van mijn leven zijn er wel twee geweest aan wie ik jarenlang ongelooflijk veel heb gehad. En als ze er nog waren (beiden zijn helaas te vroeg overleden) was ik graag nog eens bij hen te rade gegaan.

Met de ruimere uitleg van het begrip ‘mentor’ gaan we al gauw meer de kant op van de coach, en dat is een wezenlijk andere rol. In een van de beste boeken die na de Odyssee ooit over het onderwerp zijn geschreven, Coaching and Mentoring, zetten Parsloe en Wray beide naast elkaar. En naast de therapeut, maar dan raken we wel heel ver van huis.

Mentor vs coach

De relatie met een mentor, zeggen Parsloe en Wray, draait om de uitwisseling van wijsheid, steun, kennis en inzicht, en om begeleiding die gericht is op groei in persoonlijk, spiritueel en soms ook zakelijk opzicht (maar dan meer in de zin van ‘waarheen, waarvoor’ dan ‘wat schuift het’). Langetermijn-werk, dus.

De relatie met een coach daarentegen is meer gericht op de korte- en de middellange termijn. Dan gaat het over je doelen verhelderen, over beseffen wat ervoor nodig is om die te bereiken, en over wat je moet veranderen om succes te hebben en te houden. In die zin is een coach praktischer ingesteld, meer hands-on dan een mentor.

In de praktijk lopen die rollen natuurlijk vaak door elkaar. Er zijn vast coaches die meer op een mentor lijken en mentoren die meer op coaches. Een goede mentor kan je af en toe coachen. Maar zelfs de beste coach kan niet je mentor worden. Daarom denk ik dat het goed is om het onderscheid helder te houden.

Belangen-loze interesse

Met een goede coach heb je een zakelijke relatie, waarbinnen het ook over heel persoonlijke dingen kan gaan. Zo’n coach kun je via je netwerk vinden of op internet, als het moet binnen een dag of wat. Het enige wat je wel even in de gaten moet houden, is dat je zelf de keuze maakt door wie je je laat coachen en dat die coach er voor jou is en voor niemand anders. Als je baas met een coach aan komt zetten en zegt: ‘Daar zou ik eens mee gaan praten, als ik jouw was’, dan moet je je zorgen maken.

Met een Mentor (ik schrijf het vanaf nu gewoon met een hoofdletter) heb je een persoonlijke relatie, waarbinnen het ook over zakelijke dingen kan gaan. Zo iemand vind je niet, tenminste niet als je er een gaat zoeken op het moment dat je er een nodig hebt. Hij of zij was er vaak al in je familie of in je ruimere netwerk, en vat op een belangen-loze manier interesse in je op.

Jij herkent bewust of onbewust die interesse en die belangen-loosheid. Als die je aanstaat ga je erop in, en anders niet. Komt het van beide kanten, dan kan er zich geleidelijk een relatie ontwikkelen die je een mentoraat zou kunnen noemen. Als je er al een label op wilt plakken, maar waarschijnlijk heeft geen van jullie tweeën daar dan behoefte aan.

Subtiel spel

Waarschijnlijk is die Mentor een stuk ouder en wijzer dan jij, heeft hij of zij al het nodige meegemaakt in het leven, en herkent hij of zij in jou iets van zichzelf. Je dromen, je ambities, je mogelijkheden en je beperkingen, je wil om daar wat mee te doen en om daarin te groeien.

Omdat die herkenning essentieel is, werkt het niet om actief naar een Mentor op zoek te gaan. En zeker niet om op iemand af te stappen en plompverloren te vragen: ‘Wilt u mijn Mentor zijn?’ Bij een coach is zo’n overval juist wel oké: die moet immers met coachen de kost verdienen en zit te wachten tot er wordt aangeklopt, door jou of door iemand anders.

Een Mentor zit nooit op jou te wachten. Die heeft genoeg aan zichzelf, maar staat ervoor open om jou daarin te laten delen voor zover jij daarvoor ontvankelijk blijkt. Dat is een subtiel spel van signalen over en weer, van jezelf laten zien en van kijken of je gezien wordt, van ervaren of dat bevalt of niet, en vooral van vertrouwen een kans geven.

Iets tussen jullie tweeën

Wordt het wat dan wordt het wat, wordt het niks dan wordt het niks. En als het niks wordt, dan gaat dat niet van de Mentor af en niet van jou. Dan is er gewoon een mogelijkheid geweest die zich niet heeft gematerialiseerd. So what?

Dat wil overigens niet zeggen dat een werkgever niet sommige ervaren krachten zou kunnen stimuleren om hun innerlijke Mentor aan te spreken. Die kunnen dan de deur open laten staan voor jonge collega’s die baat zouden kunnen hebben bij hun steun. Zo zijn eerst Odysseus en later Telemachos immers ook aan Mentor gekomen.

Maar of het wat wordt tussen jou en je Mentor en wat het oplevert, dat onttrekt zich ten enenmale aan je chef, aan de hr-afdeling of aan een mentor-programma. Dat is iets tussen jullie tweeën en daar kan niemand iemand voor ter verantwoording roepen.