+31 (0) 30 602 16 17
Ons pensioenstelsel moet beter (en dat kan ook)

Ons pensioenstelsel moet beter (en dat kan ook)

Pierre Spaninks, Zzp-expert - 29 maart 2018
Column

De discussie over ons pensioenstelsel zit muurvast. Overheid en sociale partners slagen er niet in de hoogstnodige moderniseringen tot stand te brengen. In het programma BNR Werkverkenners probeerde Rens de Jong zijn vinger erachter te krijgen. Zzp-expert Pierre Spaninks is in een optimistische bui en ziet maar liefst vier ontwikkelingen die hoop geven.

Ons pensioenstelsel dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Kenmerkend ervoor zijn de focus op werknemers, de organisatie per bedrijfstak, de verplichte collectieve regelingen, en het laten meebetalen van jongeren aan de pensioenen van ouderen.  Dat was een prima oplossing toen mensen al op jonge leeftijd gingen werken, tot hun vijfenzestigste bij dezelfde baas bleven, en zich voegden naar wat de overheid, de werkgevers en de vakbonden vonden dat goed voor hen was.

Maar sindsdien is er veel veranderd in de wereld. We studeren langer, beginnen later te werken, veranderen vaker van baan, wonen en werken vaker een tijdlang over de grens, worden ouder, blijven langer gezond - en beslissingen over ons leven en ons werk nemen we liever zelf dan dat we ze uitbesteden. Voor al die veranderingen is ons pensioenstelsel immuun gebleven. Dat is verklaarbaar, als je ziet dat de beslissingen erover worden genomen door vertegenwoordigers van de werkenden uit de jaren vijftig en zestig die er nu de vruchten van plukken. Maar het is wel onrechtvaardig voor moderne werkenden.

Heeft niemand dat zien aankomen, dan? Toch wel. Het is niet voor niets dat de Sociaal-Economische Raad al twintig jaar studeert op een pensioenhervorming. Maar de ruimte daar om te denken (en vooral: om te doen) is beperkt.

In de SER zitten immers dezelfde werkgevers en werknemers aan tafel als in de besturen van de pensioenfondsen. Misschien kon baron Von Münchhausen zich aan zijn eigen haren uit het moeras trekken, de organisaties van werkgevers en werknemers zijn daar niet toe in staat.

En de overheid dan? Die is er toch voor iedereen? Zorgt die dan niet dat er met alle belangen rekening wordt gehouden en dat de nodige veranderingen tot stand komen? Tot nu toe niet. Natuurlijk is er om de zoveel tijd discussie over in de Tweede Kamer, en natuurlijk loopt voor opeenvolgende kabinetten de druk op. Maar nog nooit heeft een minister van Sociale Zaken tegen werkgevers en werknemers durven zeggen dat hij klaar is met hun gepalaver en dat hij het zelf gaat regelen.

Ook het regeerakkoord van Rutte-3 was helder over de noodzaak tot hervorming. Het stelde onomwonden vast dat de veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente de zwakte kanten van ons pensioenstelsel hebben blootgelegd. 'Verwachtingen worden onvoldoende waargemaakt, er zijn spanningen tussen generaties, en het stelsel sluit niet meer aan bij de veranderende arbeidsmarkt.'

En daar bleef het niet bij. Het regeerakkoord schetste ook de richting waarin werkgevers en werknemers de oplossing zouden moeten zoeken: afschaffing van de 'doorsneesystematiek' die de lasten onevenredig bij jongere generaties legt, behoud van risicodeling zodat niemand bang hoeft te zijn dat tegen zijn/haar tijd het geld op is, persoonlijke 'pensioenpotjes' in combinatie met een collectieve buffer tegen onvoorziene veranderingen in de levensverwachting en schokken op de financiële markten, meer keuzevrijheid voor deelnemers, meer gelegenheid voor zelfstandigen om zich vrijwillig aan te sluiten, en de mogelijkheid om bij pensionering een beperkt deel van het opgebouwde vermogen op te nemen als bedrag ineens.

Dat voorstel van Rutte-3 was allesbehalve revolutionair, en het ging velen niet ver genoeg. Werknemers bleven verplicht zich aan te sluiten bij dat ene pensioenfonds voor hun bedrijfstak, waar de vakbonden alles en zij zelf niets te zeggen hebben. Kiezen waar je als werknemer je pensioen onderbrengt, was er niet bij. Bij buitenlandse aanbieders al helemaal niet, hoewel dat volgens de EU-regels wel zou moeten kunnen. En die persoonlijke pensioenpotjes, die dreigden meer schijn te worden dan werkelijkheid. 

Toch konden de vakbonden en de ouderenbonden in de pensioenparagraaf van het regeerakkoord niets anders zien dan een frontale aanval op hun positie en hun rechten. Het was 'nee' en het bleef 'nee', met de hakken dieper in het zand dan ooit.

De doorsneesystematiek die hun achterban bevoordeelt en alle anderen benadeelt, is heilig. Pensioenpotjes betekenen het einde van de solidariteit, zelfs als ze alleen maar in naam persoonlijk zijn. Concurrentie op de pensioenmarkt is uit den boze: dan gaan mensen shoppen zonder dat ze kennis van zaken hebben. Het Europese voorstel waardoor verzekeraars een grensoverschrijdend individueel pensioen zouden kunnen gaan aanbieden, zet de deur open voor onverantwoorde 'cowboy-pensioenen'. En zelfstandigen moeten mee in het systeem, anders gaat de staat straks failliet aan aanvullende bijstandsuitkeringen voor bejaarde zzp'ers.

Met die starre opstelling - de rug naar de werkelijkheid en schijt aan de toekomst - houden de bonden hun eigen achterban voor de gek. Doorgaan op de huidige weg laat alle feilen van het huidige systeem intact, inclusief het uitblijven van indexatie voor toekomstige uitkeringen en het korten op bestaande. Dat zal zich onvermijdelijk tegen hen keren, want hun leden mogen dan dom zijn, gek zijn ze niet.

Het grootste gevaar is echter dat zelfs maar nadenken over het pensioenstelsel een suspecte bezigheid wordt, en dat aanpassingen die nu al nodig zijn nog verder vooruit worden geschoven. Dat zal onvermijdelijk ten koste gaan, én van jongere generaties en van iedereen die niet alleen maar in loondienst werkt.

Blijkbaar werkt het systeem niet meer waarmee we in het verleden met succes sociale en economische problemen hebben opgelost. Hoogste tijd dus om daar buitenom te gaan. Wat dat betreft zie ik een paar ontwikkelingen die me hoop geven.

  • Een: we krijgen steeds beter (gedetailleerder, genuanceerder) zicht op van de werkelijke stand van onze oudedagsvoorzieningen, bijvoorbeeld dankzij de publicaties van Netspar.
  • Twee: het wordt steeds duidelijker dat maatregelen die de concurrentie beperken juridisch aanvechtbaar zijn, zoals de verplichte aansluiting van zelfstandigen bij het Bedrijfstakpensioenfonds Schilders.
  • Drie: buiten het publieke stelsel komen er tegen de verdrukking in ondernemende alternatieven tot ontwikkeling die zich baseren op de eigen verantwoordelijkheid van deelnemers, zoals Bright Pensioen.
  • En vier, last but not least: initiatieven als de Werkvereniging en ook het AVV trekken zich niks aan van het taboe op nadenken over pensioenen, en blijven ideeën ontwikkelen over hoe het beter kan. Niet van bovenaf maar van onderop, door werkenden zelf.

Als die ontwikkelingen bij elkaar komen, dan is er geen houden meer aan.

Terug naar het overzicht