+31 (0) 30 602 16 17
Thuiswerken, de feiten en de cijfers

Thuiswerken, de feiten en de cijfers

Pierre Spaninks, Zzp-expert - 11 november 2019
Column

Eerdaags is het Thuiswerkdag op BNR Nieuwsradio. In de aanloop daarnaartoe besteedt het programma Werkverkenners op 12 november aandacht aan het onderwerp. Columnist en ZZP-expert Pierre Spaninks ging vast op zoek naar de cijfers: hoe vaak werken we eigenlijk thuis, en hoe bevalt ons dat? 

Ruim 3 miljoen Nederlanders werken gewoonlijk of incidenteel thuis, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dan hebben we het over bijna 38 procent van alle werkenden, werknemers en zelfstandigen bij elkaar opgeteld. In 2013 waren dat er nog 300duizend minder, ruim 34 procent. Daarmee zijn we ruimschoots koploper in Europa.

  • Mannen werken vaker thuis dan vrouwen, maar dat verschil is in de afgelopen jaren wel kleiner geworden. In 2017 werkte 38 procent van de mannen thuis en 35 procent van de vrouwen. In 2013 was dat respectievelijk 37 procent en bijna 32 procent.
  • Bij de vrouwen zorgden vooral degenen die doorgaans in of vanuit de eigen woning werken voor de grootste stijging. Minder spectaculair is de ontwikkeling van het aantal incidentele thuiswerkers, degenen die in de regel op een ander adres werken dan hun huisadres maar ook weleens thuis, al dan niet op een vaste dag. Bij de mannen nam het aandeel dat incidenteel thuiswerkt tussen iets toe en bleef het aandeel dat gewoonlijk thuiswerkt vrijwel gelijk.
  • Gewoonlijk thuiswerken komt naar verhouding vaak voor onder zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Ook daar nam vooral het aandeel vrouwen toe: van 48 procent naar 56 procent. 
  • De meeste thuiswerkers vond het CBS onder de vrouwen met creatieve en taalkundige beroepen, namelijk 71 procent. Ook bij de vrouwen in management (70 procent) en ICT (68 procent) was dit aandeel groot. Onder mannen was het aandeel thuiswerkers het grootst in de ICT (69 procent) en de pedagogiek (68 procent).

Uit ander onderzoek van het CBS, de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, weten we dat werknemers (dus niet zzp'ers of andere zelfstandigen) gemiddeld iets meer dan 6 uur per week thuis werken. Over de mogelijkheden om thuis te werken is 46 van de werknemers tevreden en 18 zelfs heel tevreden. Ontevreden is iets meer dan 36 procent. Interessant is dat jongere werknemers vaker tevreden zijn dan oudere, en dat de tevredenheid het hoogst is in ICT en finance. 

Uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid weten we dat ZZP'ers vaker tevreden zijn over hun mogelijkheden om thuis te werken dan werknemers. Van hen is maar liefst 38 procent heel tevreden en 48 procent gewoon tevreden, zodat maar 14 procent overblijft om ontevreden te zijn.

Een interessante aanvulling op de cijfers van het CBS komt van het blad Intermediair, dat vorig jaar een enquête hield over thuiswerken onder zijn doelgroep van hoger opgeleide professionals in loondienst. Daaruit bleek dat onder hen maar liefst twee op de drie regelmatig thuis of vaak thuis werkt. Het overgrote deel ervaart dit als prettig, al geldt dat niet voor iedereen. 

Het grote voordeel dat de meeste thuiswerkers tegenover Intermediair noemden is de tijdswinst, doordat de reistijd naar en van het werk wegvalt (80%). Voor twee derde is het zich beter kunnen concentreren het belangrijkst (73%), gevolgd door het genot niet afgeleid te worden door collega’s (68%). Het overgrote deel van de Intermediair-lezers zegt thuis productiever te zijn dan op het werk (70%). 

Zo tevreden als de thuiswerkers zelf zijn, zo veel vooroordelen leven er over hen onder de achterblijvers. In het Intermediair-onderzoek plaatsten die grote vraagtekens bij de productiviteit van de thuiswerkers en klaagden maar liefst 38% over hun slechte bereikbaarheid. En dat ging dan alleen nog maar over werknemers in loondienst. ZZP'ers staan helemaal bekend als de bonte hond. Volgens de Volkskrant vervallen die voordat ze het weten in "een patroon van uitslapen, snoepen en koffiedrinken met vage kennissen" en is "werken in pyjama" voor deze labbekakken "eerder regel dan uitzondering".

Terug naar het overzicht