+31 (0) 30 602 16 17
Vijf generaties binnen je bedrijf, hoe ga je daarmee om?

Vijf generaties binnen je bedrijf, hoe ga je daarmee om?

Pierre Spaninks, ZZP-expert - 18 januari 2019
Column

Als we allemaal langer door moeten werken, staan er straks vijf generaties tegelijk op de werkvloer. Hoe laten we die goed met elkaar samenwerken? Dat is dinsdag 22 januari de vraag in BNR Brainnet Werkverkenners. Volgens Pierre Spaninks moeten we de verschillen tussen generaties vooral niet overdrijven. ‘Met gewoon een gezonde organisatie kom je al een heel eind.’ 

Het klinkt onvoorstelbaar: vijf generaties binnen een bedrijf, naast elkaar op de werkvloer. Hoe jong moeten ze dan wel niet beginnen, hoe oud moeten ze dan wel niet worden om te mogen stoppen? Theoretisch zou het kunnen. Alleen moeten we dan even het biologische begrip van ‘generaties’ opzijzetten. Want de kans dat uw kleinkinderen op het werk uw grootouders gaan tegenkomen, is en blijft te verwaarlozen. 

Sociologische systematiek

Maar we hoeven niet als biologen naar generaties te kijken. We kunnen het ook doen zoals de sociologen. Die zijn wat rekkelijker. Zij gebruiken de term ‘generatie’ voor een groep die een gedeelde levensgeschiedenis heeft, een gedeelde reactie op de tijdgeest, en een gedeeld gevoel van bestemming. 

Volgens die sociologische systematiek gaat nu Generatie Alpha naar de kinderopvang, zit Generatie Z in de schoolbanken en zet Generatie Y zijn eerste stappen op de arbeidsmarkt. Ondertussen is de Patatgeneratie al haast aan zijn midlife crisis toe, begint Generatie X zich zorgen te maken over zijn pensioen, en wentelen de Babyboomers zich in hun zwitserlevengevoel. 

Zes generaties rond de koffieautomaat

Stel, u bent een middenmanager van achter in de veertig, een laat exemplaar van Generatie X. Volgens het boekje bent u dan praktisch en zelfredzaam en heeft u een no-nonsense mentaliteit. Mooi toch? Misschien dat uw baas daar ook nog net toe behoort, maar dan is haar baas waarschijnlijk een late Babyboomer. Dan hebben we al twee generaties bij elkaar op de werkvloer. 

Uw team bestaat, naar ik aanneem, grotendeels uit exponenten van de Patatgeneratie. Die zouden dan ziek moeten zijn, zwak of misselijk. Klopt, toch? Dat is al drie generaties. Gelukkig zijn er net ook twee pas afgestudeerden bij gekomen. Die vertegenwoordigen de authentieke, zelfverzekerde, prestatiegerichte Generatie Y. Dat is vier. Krijgt u er binnenkort ook nog een stagiair bij? Dat zal dan haast wel een multitaskende digital native zijn van Generatie Z. Dan hebben we de vijf generaties tegelijk al te pakken. 

Maar ik zal het u nog sterker vertellen. Want wanneer mocht u ook alweer met pensioen, op uw zevenenzestigste of zo? Dan gaat u met een beetje geluk zelfs nog de Google Kids van Generatie Alpha meemaken. Die scharrelen nu nog rond in hun luiers, maar voordat u dat zelf ook weer gaat doen worden die etterbakjes eerst nog uw collega’s. Voilà: niet vijf generaties maar zelfs zes - allemaal rond dezelfde koffieautomaat. 

Generatiekenners

Al die generaties, met allemaal hun eigen levensgeschiedenis, allemaal hun eigen reactie op de tijdgeest, allemaal hun eigen gevoel van bestemming – het kan niet anders of dat vormt een gigantische uitdaging voor de organisaties waarin wij werken. Want hoe gaan we dat in vredesnaam managen? Hoe moeten we omgaan met al die nieuwe medewerkers uit volgende generaties? Hoe laten we hen met elkaar samenwerken, productief en liefst ook nog een beetje prettig? 

Logisch, dat u zich daar zorgen over maakt, logisch dat u zich die vragen stelt, logisch dat u houvast zoekt. Gelukkig is er geen gebrek aan generatiekenners, marketingbureaus, HR-specialisten en in intergenerationele coöperatie gespecialiseerde consultants om u bij de hand te nemen en u met praktische do’s en don’ts door deze jungle te loodsen. Hun inspiratie vinden zij bij mensen als de populaire managementgoeroe Simon Sinek, die met verve verkondigt dat Millennials allergisch zijn voor autoritair leiderschap en vooral met zachte hand gecoacht moeten worden.

Logisch, maar…. er is natuurlijk niets waar u zo voor op uw hoede moet zijn als voor logische gedachtes. Ook als het over generaties gaat, althans: over generaties van het sociologische soort. Want wat is het geval? Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het wel losloopt met al die generatieverschillen. Zo zeer zelfs, dat we ons moeten afvragen of die verschillende generaties wel bestaan. De verschillen tussen individuen die op papier tot dezelfde generatie behoren, zouden wel eens groter kunnen zijn dan de verschillen tussen generaties. 

Minieme verschillen

De organisatiesocioloog Aart Bontekoning komt de eer toe als eerste vraagtekens te hebben gezet bij het idee dat er tussen generaties betekenisvolle verschillen zijn en dat organisaties daar rekening mee moeten houden. In het onderzoek waar hij in 1997 op promoveerde, vond hij tot zijn eigen verbazing slechts minieme verschillen. Die zaten hem niet zozeer in karakters of in normen en waarden als wel in gedragsaspecten. Zo hadden werkenden uit de Pragmatische Generatie (geboren in de jaren zeventig) veel minder dan hun voorgangers van Generatie X (uit de jaren zestig) de neiging zich bescheiden op te stellen. Maar dat verschil was vooral zichtbaar als die generaties los van elkaar werkten, en het verdween haast als ze door elkaar heen samenwerkten. Dan pasten de jongeren zich zonder merkbare moeite vliegensvlug aan. 

Sinds Bontekoning is er veel meer onderzoek gedaan naar generaties, naar generatieverschillen en naar de eventuele gevolgen daarvan voor organisaties. Vorig jaar werd al dat onderzoek bij elkaar gebracht en kritisch vergeleken in de gezaghebbende Leadership Quarterly. De conclusie was dat eigenlijk alles wat we aanzien voor verschillen tussen generaties in feite verschillen zijn in levensfasen. Jongeren verkondigen de opinies die je hebt als je jong bent, ouderen vertonen het gedrag dat je vertoont als je ouder bent. Dat fenomeen was zelfs zo sterk, dat de onderzoekers hun publicatie besloten met de oproep toch vooral te stoppen met pogingen om ideeën over generaties toe te passen in leiderschap en management. 

Individuele kwestie

Die relativerende gedachte begint inmiddels aardig voet aan de grond te krijgen, zowel in de wetenschap als in de praktijk. In een interessant gesprek met RTL Nieuws vertelt de Groningse hoogleraar Leiderschap en organisatieverandering Janka Stoker over haar onderzoek naar het effect van de invoering van zelfsturende teams op individuen. Daaruit blijkt dat vooral mensen die net in een team zitten, zoals jongeren, meer behoefte hebben aan sturing. ‘Dat is logisch. Die starten net met werken en denken: vertel me eerst maar even duidelijk wat ik moet doen.’ Effectief leiderschap is dus eerder een individuele kwestie. Met een generatie-eigenschap heeft het weinig te maken.

Volgens Stoker moeten we oppassen met generatie-generalisaties. ‘Het is bangmakerij. En mensen verdienen er ook nog geld mee. Je stuurt de leidinggevende een pad op, terwijl je gewoon te maken hebt met individuen. Kijk naar wat iemand nodig heeft. Denk niet: dit is een Millennial dus die wil een coach en geen strenge baas. Alsof iemand uit de Patatgeneratie wel zo’n baas wil! Leeftijd en ervaring maken bijvoorbeeld uit, net als andere individuele kenmerken, zoals persoonlijkheid. Dat klinkt niet zo sexy, maar zo is het wel.’

Menselijker maken

Bijval uit de praktijk voor het verhaal van professor Stoker kon niet uitblijven. De Corporate Rebels, een groep jonge Nederlandse onderzoekers en ondernemers, zijn over de hele wereld op zoek naar voorbeelden van inspirerende organisaties. In het toonaangevende business magazine Forbes deden zij onder meer verslag van hun ervaringen met generaties op het werk. 

Volgens de Corporate Rebels is het geloof in generaties die verschillende behoeftes zouden hebben, nergens op gebaseerd. Het enige waar het toe leidt, zeggen zij, is tot verwijten over en weer. In plaats daarvan zouden we beter aan álle medewerkers kunnen vragen wat zij nodig hebben om hun werk te doen, los van hun leeftijd en los van de generatie waar ze zogenaamd toe behoren. ‘Alleen langs die weg kunnen we organisaties menselijker maken, zodat ze meer uitnodigen tot betrokkenheid en daardoor succesvoller worden.’ 

BNR Werkverkenners - 19 februari 2019
Beluister de uitzending
Terug naar het overzicht