Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, ZZP-expert

Waar zit het werk?

Pierre Spaninks, ZZP-expert op 10 april 2017

Globalisering, automatisering, robotisering, flexibilisering, misschien wel een ‘gig economy’? De toekomst hangt van onzekerheden aan elkaar. Waar zit het werk nog, over pak hem beet een jaar of twintig? In de zesde uitzending van Werkverkenners gaat Rens de Jong op zoek naar een antwoord - dinsdag 11 april tussen 19:00 en 19:30 op BNR Nieuwsradio. 

De vraag waar straks het werk nog zit, kun je langs verschillende wegen beantwoorden. De eerste manier is die van de universiteit van Oxford. Met de nodige academische omwegen die er hier niet toe doen, maakten Carl Benedikt Frey en Michael A. Osborne daar (in 2013 alweer) twee lijstjes.

Op het ene lijstje staan beroepen die een goeie kans maken te verdwijnen als gevolg van de steeds verder voortschrijdende automatisering. Op het andere lijstje staan beroepen waar over twee decennia juist meer mensen voor nodig zullen zijn.

Banen die verschijnen en verdwijnen

Van de 700 functies waarvan de onderzoekers de toekomstperspectieven onder de loep namen, staat bijna vijftig procent op de nominatie om te verdwijnen. Dat risico is het grootst voor banen in transport en logistiek, benevens op kantoor in het algemeen en op de administratie in het bijzonder.

Bonnetjesinkloppers op boekhoudkantoren voeren de dodenlijst aan, samen met vrachtagenten, reparateurs van horloges, verzekeringsagenten, naaisters en telemarketeers. De kans dat zij het jaar 2037 halen, is te verwaarlozen.

Wie tegen die tijd nog werk wil hebben, is de les van Frey en Osborne, moet zich toeleggen op taken die bij de huidige stand van de techniek veel langer mee kunnen. En dat is volgens hen het werk dat om creativiteit vraagt en om sociale vaardigheden. Denk aan wat ergotherapeuten doen, diëtisten, artsen, of dominees. De kans dat die over twintig jaar nog werk hebben, is bijna honderd procent.

In Nederland werd het verhaal uit Oxford even snel als doeltreffend opgepikt door Bas van de Haterd, in zijn boek 10 banen die verdwijnen en 10 banen die verschijnen.

Vaardigheden die je moet hebben en vaardigheden die je kunt ontwikkelen

De tweede manier waarop je de vraag kunt benaderen waar straks nog het werk zit, vertrekt niet vanuit de beroepen of functies waar straks mensen voor nodig zijn, maar vanuit de talenten waar mensen over moeten beschikken. Die talenten moeten worden ontwikkeld, geselecteerd, en behouden. Waarbij een belangrijke taak is weggelegd voor de afdeling Human Resources. 

Een bekende Nederlandse vertegenwoordiger van het talentmanagement is Tom Haak, van het HR Trend Institute. De trends die hij ziet, zeggen niet een op een iets over welk werk er over twintig jaar nog wel is en welk werk niet. Maar op een indirecte manier zeggen ze wel iets over voor wie er werk zal zijn en voor wie niet. En dat kan knap confronterend zijn.

Het HR-vak is in hoog tempo aan het professionaliseren, zegt Haak. Gut feeling maakt plaats voor bijna wetenschappelijke selectiemethodes, en de programma’s waarin talenten worden ontwikkeld en tot wasdom gebracht, worden steeds meer evidence based.

Dankzij human resource analytics kunnen trainingen steeds specifieker worden gericht op vaardigheden waarvan niet alleen onomstotelijk is vastgesteld dat ze cruciaal zijn voor een succesvolle taakuitvoering, maar waarvan ook nog eens is bewezen dat ze ook echt door middel van training te ontwikkelen zijn.

Omdat elke HR-euro maar een keer kan worden uitgegeven, maakt u straks geen schijn van kans meer als u anders begaafd bent qua persoonlijke effectiviteit, interculturele sensitiviteit en people skills.

Als u daarentegen in een simulatie of een game kunt demonstreren dat u op die terreinen daadwerkelijk uw mannetje/vrouwtje staat, dan maakt u een prima kans om aan de bak te mogen. Om daarna ook aan de bak te blijven, zult u vervolgens intern de ene taakgerichte training moeten volgen na de andere. Want waar toptalenten zoals u precies voor nodig zijn, dat blijkt pas werkende weg.

Eerst het werk, dan de mens. Of toch niet?

Beide benaderingen van de vraag waar over twintig jaar nog het werk zit - zowel de eerste vanuit functies als de tweede vanuit talenten - hebben ontegenzeggelijk hun verdienste. Maar hun beperkingen hebben ze ook.

De voornaamste van die beperkingen is dat ze er allebei van uitgaan dat werk iets is dat er is, en dat mensen geschikt moeten zijn of geschikt moeten worden gemaakt om dat werk te doen. Eerst het werk, dan de mens. Of toch niet?

Om het even dicht bij mezelf te houden: zo voelde het voor mijn vader die in 1932 als jongen van twaalf mocht beginnen op de bedrijfsschool van Philips en die veertig jaar later door diezelfde werkgever werd uitgeblazen met de harmonie in de straat en een gouden klokje.

In de tussentijd heeft mijn vader menig stapje gemaakt op de interne carrièreladder, van leerling tekenaar tot internationaal inkoper van machines en grondstoffen. En ik ben hem nog steeds dankbaar voor alle kansen die ik dankzij zijn inspanningen heb gekregen.

Maar zoals het voor mijn vader voelde, zo heeft het voor mij nooit gevoeld. En ik denk voor heel veel mensen niet. In elk geval niet voor de harde kern van pak hem beet 500.000 zelfstandige professionals die bij hun volle verstand en met volle overtuiging ervoor hebben gekozen om voor eigen rekening en risico hun vak uit te oefenen, zonder daarvoor personeel in dienst te nemen. De echte ZZP’ers, zeg maar.

Werk zit daar waar je het zelf creëert

Die echte ZZP’ers, die leven in het besef dat werk geen gegeven is. Dat werk hen niet kant en klaar wordt aangeboden als een hokje in een organogram met een beschrijving van de hiërarchische relaties, de taakelementen en de functie-eisen, maar dat zij hun werk elke dag opnieuw weer zelf moeten maken.

Die echte ZZP’ers weten wie zij zijn, wat zij willen, wat zij kunnen en wat zij niet kunnen. Die houden dag in, dag uit de ontwikkelingen in hun markt in de gaten. Die zien mogelijkheden om iets zinvols bij te dragen aan economie en samenleving, op zo’n manier dat zij daar de kost mee kunnen verdienen.

En als die echte ZZP’ers daarvoor extra kennis, extra vaardigheden, extra ervaring moeten opdoen, dan regelen zij dat. Niet één keer, aansluitend aan hun initiële opleiding, maar keer op keer, hun werkzame leven lang. Zo vaak als hun verstand hen dat ingeeft of zo vaak als hun hart dat doet. Wat vaker wel dan niet op hetzelfde neerkomt, maar dat terzijde. Voor die echte ZZP’ers is er niet het werk dat er is, maar is er het werk dat zij maken.

Entrepreneurship en intrapreneurship

Zijn die echte ZZP’ers, die entrepreneurs, daar uniek in? Ik mag hopen van niet. Want als ik zie wat de benadering vanuit de baan én de benadering vanuit de talenten vragen van mensen, dan zullen ook medewerkers in loondienst steeds vaker in staat moeten zijn om zélf hun werk te maken.

Wat dat betreft geeft het hoop dat het begrip intrapreneurship weer aan een tweede leven lijkt te zijn begonnen, en dat het ondernemerschap van mensen binnen arbeidsorganisaties wordt herontdekt. Niet alleen in de zin van kansen zien en kansen benutten, maar ook in de zin van voortdurend aan jezelf blijven werken om daartoe in staat te zijn. Niet omdat de baas dat blaft, maar omdat je zo gebakken bent.

Kortom: als Rens de Jong zich in Werkverkenners van 11 april de vraag stelt waar het werk zit over twintig jaar, en als zijn gasten hem helpen daar antwoord op te krijgen, dan hoop ik dat er ook iemand bij is die zegt: “Het werk zit daar waar je het zelf creëert.”