Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, zzp-expert

Waarom oud kamerleden niet zo zielig zijn als het lijkt

Pierre Spaninks, zzp-expert op 13 maart 2017

In de tweede uitzending van Werkverkenners (dinsdag 14 maart van 19:00 tot 19:30 uur op BNR) gaat het over de problemen die voormalig leden van de Tweede Kamer hebben om ander werk te vinden. Een buitengewoon actueel thema, aan de vooravond van de verkiezingen. Maar hoe groot zijn die problemen nou eigenlijk, vergeleken met wat andere Nederlanders voor hun kiezen krijgen als zij hun baan kwijtraken?

Hoe lang oud-kamerleden en oud-ministers erover doen om ander betaald werk te vinden, heeft minister Plasterk vorig jaar uitgezocht in het kader van een evaluatie van de regeling voor uitkeringsgerechtigde politieke ambtsdragers (voor de liefhebber: kamerstuk 28479 nr 75). De resultaten daarvan kunnen we vergelijken met cijfers over de werkloosheidsduur van andere categorieën werkzoekenden, zoals SEO Economisch Onderzoek die in 2014 verzamelde.

295 dagen zoeken, is dat veel of weinig?

Leggen we de uitkomsten van beide onderzoeken naast elkaar, dan blijkt het idee dat oud-kamerleden zo moeilijk aan de bak komen een misverstand. In werkelijkheid doen zij er gemiddeld nog geen twee weken langer over om nieuw betaald werk te vinden dan andere Nederlanders die hun baan kwijtraken: 295 dagen tegen 284.

Daar komt bij dat oud-parlementariërs om de overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, gebruik kunnen maken van de diensten van een gespecialiseerd re-integratiebureau. Een luxe die voor veel ontslagen werknemers niet is weggelegd, laat staan voor zelfstandigen die hun bedrijf ten onder hebben zien gaan.

Bovendien kunnen kamerleden die hun zetel kwijtraken terugvallen op een speciale wachtgeldregeling. Die is weliswaar niet meer zo riant als hij ooit is geweest, maar hij steekt nog steeds gunstig af bij de ww waar werkloos geworden werknemers het mee moeten doen of de bijstand waar failliete zzp’ers op terugvallen.

Dat desondanks de indruk bestaat dat voormalig parlementariërs het met hun gemiddeld 295 dagen durende zoektocht het zo moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, lijkt vooral te komen doordat ze wel worden vergeleken met oud-ministers (171 dagen) maar niet met voormalige winkeljuffrouwen of dito bankbedienden (436 dagen).

Ad Koppejan (CDA) werd weer ondernemer

Hoe vergaat het in de praktijk iemand die de Tweede Kamer vaarwel moet zeggen? Het FD liet daarover in zijn editie van 20 februari 2016 de CDA’er Ad Koppejan aan het woord. Een koppige Zeeuw die in 2010 protesteerde tegen de formatieonderhandelingen van zijn partij met de PVV en die twee jaar later de fractiediscipline negeerde door tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder te stemmen. Toen er in 2012 een kandidatenlijst moest worden opgesteld voor de nieuwe kamerverkiezingen, kon hij het wel schudden.

In de krant vertelt Koppejan dat hij net als veel van zijn lotgenoten begon met solliciteren op commissariaten en andere toezichthoudende functies. Dat leidde niet tot het verhoopte resultaat. ‘Ik had geluk dat ik voor mijn kamerlidmaatschap ondernemer was en daar weer op terug kon vallen’, zegt hij. Zodoende werd hij actief in de cybersecurity. ‘Maar het heeft zeker meer dan een jaar geduurd voordat ik zonder wachtgeld afkon. Dat toont toch wel aan hoe noodzakelijk die regeling is.’

6.164 euro wachtgeld per maand

Sinds 1 september 2012 is de maximumduur van het wachtgeld voor politieke ambtsdragers gelijk aan die van een 'gewone' werkloosheidsuitkering: drie jaar en twee maanden. De wachtgelduitkering bedraagt in het eerste jaar 80% van hun ‘schadeloosstelling’. Momenteel levert dat 6.164 euro bruto op per maand. Na het eerste jaar wordt dat 70% en komt er maandelijks nog maar 5.395 euro bruto binnen.

De uitkering komt te vervallen zodra het oud-kamerlid in een andere functie voldoende verdient. Inkomsten worden in mindering gebracht op de wachtgelduitkering. Wat de reden van het aftreden was, maakt voor de regeling niet uit. Wie na drie maanden bedenkt dat het kamerlidmaatschap toch minder leuk is dan gedacht, heeft dezelfde rechten als wie door zijn partij aan de kant wordt gezet.

Borrels afgaan

Om gedurende de volle looptijd recht te houden op wachtgeld, moeten oud-kamerleden uiteraard wel hun best doen om ander betaald werk te vinden. Maar volgens hetzelfde artikel in het FD moeten we ons bij die sollicitatieplicht niet te veel voorstellen. Huib Bartels, directeur van het bureau dat de re-integratie van oud-politici uitvoert, vertelt dat het er vooral om gaat dat iemand ‘voldoende netwerkactiviteiten’ ontplooit.

‘Dat hoeven niet per se daadwerkelijke sollicitaties te zijn, maar wel aantoonbaar inhoudelijke gesprekken die wij kunnen documenteren en eens in de drie maanden rapporteren aan APG [de uitvoerder van de regeling. PS]. Een afspraak met een commissaris van de Koning telt dus wel, maar als het bij de borrel op de tennis is niet.’

Overigens is het wel verstandig om die borrels af te gaan, geeft Bartels nog als tip mee aan huidige en aanstaande oud-kamerleden. Met zes mille per maand kunnen ze die trouwens ook prima zelf organiseren. Kunnen ze meteen een paar werkloze winkeljuffrouwen en bankbedienden uitnodigen die het met een stuk minder moeten doen.