+31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, Zzp-expert

Welke goede voornemens moet ik hebben?

Pierre Spaninks, Zzp-expert op 27 december 2017

“Welke goede voornemens moet ik hebben?” Dat is de vraag die centraal staat in de volgende uitzending van BNR Brainnet Werkverkenners, dinsdag 2 januari tussen 19:00 en 19:30 uur op BNR Nieuwradio. Pierre Spaninks neemt er alvast een voorschot op.

"Wie ben ik, om mensen te vertellen wat hun goede voornemens moeten zijn?”, was mijn eerste reactie. “Dat weten ze toch zeker zelf het beste?” Maar stel nou dat u écht niets kunt bedenken, dan heb ik nog wel een ideetje. En anders mag u onderstaande lezen als: wat wens ik u, als werkende mens, toe in 2018? Ik neem een lange aanloop, maar we moeten dan ook ver springen.

De manier waarop wij ons tegenwoordig tot de arbeidsmarkt verhouden, is lang niet meer zo vanzelfsprekend als twintig, dertig jaar geleden. Van een wereld waarin tachtig procent van de werkenden een vaste baan had, zijn we gegaan naar een waarin dat nog maar geldt voor zestig procent.

Het aandeel werkenden met een flexibel contract is gestegen van een procent of tien naar vijfentwintig. En het aantal zelfstandigen, dat decennia onder de tien procent had gelegen, is toegenomen tot vijftien. Waarvan elf zonder en vier met personeel. Een “revolutie”? Dat is wel een heel groot woord. Als ik voor mezelf visualiseer hoe die arbeidsrelaties zich hebben ontwikkeld, dan is het beeld eerder opgebouwd uit lijnen van geleidelijkheid. Dat die geleidelijkheid toch zo’n impact heeft, komt niet doordat die formele relaties als zodanig zo gewichtig zijn, maar doordat we er zo veel aan opgehangen hebben. Vooral in de sfeer van de sociale zekerheid, waar de vaste baan het paspoort is geworden voor verzorging van de wieg (uw start op de arbeidsmarkt) tot het graf (de steeds verder uitgestelde datum waarop u met pensioen mag).

De koppeling van arbeidsrelaties aan sociale zekerheden (in de ruimste zin des woords, dus inclusief bijvoorbeeld scholing) heeft een paar decennia goed gewerkt. Maar nu de wereld zo veel ingewikkelder is geworden, blijkt die koppeling eerder een last dan een lust, een uitsluitingsmechanisme in plaats van een middel om te verbinden, een gouden kooi waaruit we alleen met grote risico's kunnen ontsnappen. Want kijk eens in uw hart: als u nu een vaste baan heeft en u zou uw zekerheden mee kunnen nemen wanneer u iets anders ging doen, hoe lang zou u dan nog blijven doen wat u doet en waar u het doet? De gevolgen van een overstap zijn ingrijpend. Opgebouwde rechten verdwijnen in het niets of er wordt een flinke knauw uit genomen. Toch blijft de gemiddelde werknemer maar een jaar of acht bij dezelfde werkgever.

Wat ooit een 'vaste' baan is gaan heten, is in werkelijkheid een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dat wil zeggen: er is een begin en er is een eind, alleen weten we niet wanneer dat einde komt en of het zelfgekozen zal zijn of gedwongen. Maar ondertussen blijven onze sociale zekerheden wel opgehangen aan de fictie van vast en voor het leven. Voorbij de grenzen van het salarisparadijs speelt zich van alles af dat niet past in het ideaalplaatje waar het stelsel van sociale zekerheid op is gebaseerd.

Een half miljoen werkenden heeft een tweede baan. Drie vijfde daarvan zijn werknemers die nog een tweede baan hebben in loondienst. En twee vijfde zijn werknemers die naast hun baan een eigen bedrijfje runnen of, omgekeerd, zelfstandigen die ook nog ergens een functie in loondienst vervullen. Zeshonderdduizend scholieren en studenten verrichten naast hun opleiding betaald werk voor meer dan twaalf uur per week. Tweehonderdduizend mensen die al AOW krijgen, werken daarnaast ook nog voor een baas of als zelfstandige. En niet alles wat we als werk ervaren, is ook betaald werk. Drie miljoen werkenden zijn in hun vrije tijd actief als vrijwilliger, en twee miljoen hebben er substantiële taken als mantelzorger.

Al die nieuwe relaties, na elkaar of naast elkaar, zijn allemaal bewegingen, allemaal transities, die de arbeidsmarkt tot een toneel maken waarop iedereen een of steeds vaker dus meerdere rollen speelt en zijn of haar deel hoopt te krijgen. Een deel in termen niet alleen van welvaart maar vooral ook van welzijn, van tevredenheid, van voldoening, van zelfrealisatie.

Tot zover de aanloop. Nu de sprong. Of eigenlijk twee sprongen. Een: ik wens u toe dat u in de overgang van oud naar nieuw de tijd en de rust vindt om eens voor uzelf na te gaan welke rol u tot nu toe heeft gespeeld op dat toneel van de arbeidsmarkt, of dat is waar u vroeger van droomde, of dat u nog steeds gelukkig maakt, of u zo inderdaad uw deel krijgt en of degenen die u liefheeft zo ook het beste van u krijgen.

En twee: mocht uw antwoord niet op al die levensvragen een volmondig “ja” zijn, dan wens ik u toe dat u er in de loop van het jaar in slaagt te achterhalen waar het aan schort, wat er anders en beter kan, hoe u dat voor elkaar gaat boksen, wat u daarvoor nodig heeft, en wie u daarbij tot steun kan zijn.

En vooruit, voor ons allemaal: dat het ons lukt om 2018 tot het jaar te maken waarin we ons weten te bevrijden uit het denken in tegengestelde belangen, dat we de discussie over werk en zekerheid op een hoger plan kunnen brengen, en dat we in een open dialoog leren begrijpen wat onze gedeelde belangen zijn en hoe we daar werk van kunnen maken.

Zodat iedereen in elke fase van zijn of haar leven in vrijheid een passende arbeidsrelatie kan aangaan zonder bang te hoeven zijn daarmee een basis aan zekerheden kwijt te raken. Prosit!

Is uw HR-team klaar voor de avg