+31 (0) 30 602 16 17
Pierre Spaninks, Zzp-expert

Ziekteverzuim, voor werk- en opdrachtgevers verklaard

Pierre Spaninks, Zzp-expert - 30 april 2018

Hoe is het gesteld met het ziekteverzuim in Nederland, waar komt het vandaan, en hoe gaat u ermee om? Dat is het thema van Werkverkenners, dinsdag 1 mei om 19:00 uur op BNR Nieuwsradio. Pierre Spaninks dook er alvast in. En hij zou niet de ZZP-expert zijn, als hij daarbij niet ook aandacht schonk aan de verantwoordelijkheden van een opdrachtgever jegens een opdrachtnemer. 

Laten we om te beginnen even vaststellen dat de meeste werkenden in ons land de meeste tijd redelijk gezond en fit zijn, en gewoon lekker bezig. In 2016 verzuimde van alle werknemers 55% niet een keer. Maar als het onverhoopt misgaat, heeft u als werkgever wel een probleem. Er blijft werk liggen, u maakt zich zorgen om die medewerker en om zijn of haar collega's, u moet loon doorbetalen en helpen met re-integratie - en dat kost allemaal energie, tijd en geld. Natuurlijk kunt u zich daarvoor verzekeren, maar u schiet er altijd bij in en leuk is anders. 

Wie wil weten hoe het in Nederland is gesteld met het ziekteverzuim van werknemers, kan terecht op de website van Volksgezondheid en Zorg. We zien daar datin 2016 ruim 45% aangaf het jaar daarvoor om gezondheidsredenen een of meer dagen afwezig te zijn geweest op het werk. Het percentage mannen dat verzuimde (42,5%) lag daarbij lager dan het percentage vrouwen (49,2%). En met name in de leeftijdscategorie 25 tot en met 34 jaar was het aandeel werknemers dat verzuimde hoog.

Voor vergelijkbare gegevens over zelfstandig werkenden moeten we zijn bij de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2015 van TNO en CBS. Daar zien we ongeveer hetzelfde patroon als bij werknemers, maar dan op een beduidend lager niveau. Van de zelfstandigen met personeel had 28,6% een of meer dagen niet kunnen werken en van de zelfstandigen zonder personeel 34,5%. Voor mannen was dat 32%, voor vrouwen 35%. De leeftijdsgroep van 15- tot 44 jaar scoorde hoogst met 36%, de groep van 55 jaar en ouder het laagst met 29%.

Die cijfers zijn natuurlijk maar een momentopname. We kunnen ze ook in een meerjarig perspectief zetten, althans voor de werknemers. Dan zien we dat over de jaren het ziekteverzuimpercentagedaalt. Dat is het gemiddeld aantal verzuimde dagen per werknemer gedeeld door het aantal werkdagen per jaar. In 2005 was dat 4,8% en in 2016 nog maar 3,8%. Voor mannen was de daling wat groter dan voor vrouwen. 

Wat zijn de oorzaken van dat ziekteverzuim? Er zijn drie grote clusters van factoren. Het aandeel van hart- en vaatziekten, maag- en darmklachten, neurologische aandoeningen, urogenitale klachten en longklachten is en blijft het grootst. Maar het verzuim naar aanleiding van klachten aan het bewegingsapparaat is de laatste vijf jaar teruggelopen van 33 naar 28%, terwijl het verzuim door psychische aandoeningen (zoals burn-out en overspannenheid) de omgekeerde ontwikkeling doormaakte.

Als werkgever heeft u wettelijk een grote verantwoordelijkheid als het gaat om ziekteverzuim. Uiteraard moet u de nodige preventieve maatregelen nemen om te voorkomen dat werknemers uitvallen. Van werknemers die dat alsnog overkomt, moet u twee jaar het loon doorbetalen. Ook daarna kunt u nog voor een deel van de kosten worden aangesproken. En als een zieke werknemer vervolgens weer opknapt, heeft u een grote verantwoordelijkheid bij de re-integratie. 

Alles (nou ja, bijna alles) wat u wel en niet moet en mag doen rond ziekteverzuim, staat op ArboPortaal. Zo bent u bijvoorbeeld verplicht om beleid te voeren dat zorgt voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. In dat kader is het voeren van een ziekteverzuimbeleid is een wettelijke plicht. U moet zich daarbij laten adviseren door een arbodienst, en die dienst moet ook kunnen bijdragen aan de uitvoering van het beleid. 

Een effectief ziekteverzuimbeleid bestaat volgens ArboPortaal uit een aantal onderdelen. De belangrijkste daarvan zijn ziekteverzuimpreventie (met aparte aandacht voor medewerkers met een functionele beperking), een ziekteverzuimprotocol, verzuimtraining (voor werkgever en leidinggevenden), verzuimregistratie en verzuimanalyse, begeleiding bij re-integratie, en een handleiding bij conflicten. 

Vorig jaar was er veel te doen over de privacy-aspecten van verzuimbeleid. Voor u is het van groot belang om een zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Daarvoor heeft u informatie nodig van betrokkene nodig, bijvoorbeeld om te beoordelen of u loon moet doorbetalen. Aan de andere kant heeft hij of zij recht op privacy. Wat daarbij wel mag en wat niet, is te vinden op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens.  

Naar de aard en oorzaak van de ziekte van uw werknemer mag u wettelijk niet informeren. Alleen de arbodienst of bedrijfsarts mag zulke medische gegevens verwerken. Wel mag u dingen vragen die u moet weten om te kunnen beoordelen hoe het verder moet met het werk. Bijvoorbeeld of er nog lopende afspraken zijn waar iets mee moet gebeuren, of wanneer iemand weer verwacht op het werk te zijn. Ook kunt u de arbodienst om een oordeel vragen over de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer, zodat u samen kunt bekijken welke voor werkzaamheden betrokkene nog wel kan verrichten.

Kort door de bocht: als werkgever moet u veel en mag u niets. Als opdrachtgever van een opdrachtnemer daarentegen hoeft u niets en mag u alles. Als een zelfstandige uitvalt en om medische redenen zijn of haar afspraken niet kan nakomen, bent u in principe nergens toe verplicht. Alleen als iemand op het werk wat overkomt doordat u de veiligheidsvoorschriften aan uw laars heeft gelapt, draait u op voor de kosten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, dus zorgt u net zo goed voor de arbeidsomstandigheden van de zelfstandigen die voor u werken als voor die van uw werknemers.

Afhankelijk van de opdrachtovereenkomst die u heeft gesloten, kunt u eerder of later afscheid nemen van een zelfstandige, hem of haar vragen het werk door een ander te laten doen, of zelf een vervanger regelen. Doorbetaling is niet aan de orde en zou zelfs onverstandig zijn. Doet u dat toch, dan kan de belastingdienst daar namelijk uit concluderen dat er een dienstverband bestond en dan hangt u allebei. 

Dat gezegd zijnde, staat natuurlijk niets u in de weg om bij gelegenheid eens te informeren hoe het ermee gaat, een keer een kaartje of een bloemetje te sturen, en - als u later weer eens iemand nodig heeft - ook aan die uitgevallen zelfstandige te denken. Want wie goed doet, goed ontmoet.